Geïnspireerd door andere lokale platformen als Vers Beton wilde Van de Plas het anders doen. “Via een crowdfunding keek ik: is er überhaupt behoefte aan een ander soort journalistiek in Brabant? Dat bleek zo te zijn.” Met ruim 2000 euro kon hij in mei 2024 van start.
Sindsdien doet de werkkamer in zijn appartement tevens dienst als redactioneel hoofdkwartier van Woeste Grond. “Met een start-up als dit wil je kosten zo laag mogelijk houden. En als freelancer ben je toch al gewend vanuit overal en nergens te werken.”
Nog voor binnenkomst is al te merken dat zijn werk met zijn privéleven versmolten is. De ramen hangen vol met posters – de slogan van Woeste Grond duidelijk leesbaar: ‘radicale verhalen met een Brabants hart’. “Voorbijgangers maken er nog wel eens foto’s van. Dus voor de herkenbaarheid is het wel goed dat je toch een soort vaste plek hebt, ook al heb je geen klassiek kantoorpand.”

Je hebt het over een ‘ander soort journalistiek’ waar behoefte aan is. Wat onderscheidt jullie van de traditionele regionale media?
“We zijn minder bezig met de laatste nieuwtjes brengen, en maken onze verhalen op een andere manier. Ons eerste verhaal was een portemonneetest: tien volle portemonnees afleveren bij politiebureaus en die dan drie weken later ophalen. Uit vier daarvan was het geld verdwenen, en hier in Tilburg was de portemonnee zelf gewoon helemaal kwijt. Ik merkte meteen: dit vinden mensen tof.”
Wat jullie maken bij Woeste Grond typeren jullie als ‘radicale journalistiek’. Wat moet ik me daarbij voorstellen?
“Alles wat je anders doet, is al snel radicaal. We richten ons vooral op innovatieve manieren van verhalen maken. Denk aan zo’n portemonneetest, maar ook bijvoorbeeld het inzetten van burgers om verhalen vorm te geven. We hebben eens Brabantse boswachters drie maanden lang gevraagd om afval in de natuur te fotograferen, en op een WhatsApp-lijn door te sturen. Dat geeft inzichten die niemand anders heeft.”
“Afgelopen zomer zaten we tien dagen lang met een pop-up-redactie in Esch, een heel klein dorp. Heel bewust: als een grote krant een pop-up-redactie opzet, zitten ze altijd in een grote stad. De enige supermarkt van het dorp was net een jaar gesloten, dat leek ons een leuk haakje. We zochten naar meer verhalen die nog niet eerder waren opgeschreven: wat speelt hier nog meer?”
Over radicaal gesproken: er lijkt ook regelmatig een vleugje activisme te zitten in jullie producties.
“Dat klopt wel. We hebben bijvoorbeeld met een stuk aangekaart dat er heel weinig plaatsnaamborden zijn waar een dialectnaam op staat, ook al vinden we de Brabantse identiteit met z’n allen zo belangrijk. Naar aanleiding daarvan hebben we over plaatsnaamborden door heel Brabant stickers met dialectnamen erop geplakt. Of onze reeks over verdwijnende bankjes in de openbare ruimte, omdat er overlast zou zijn. Weghalen lost soms weinig op, en zorgt er alleen voor dat ouderen niet uit kunnen rusten. We zijn naar de Ikea gereden, hebben een nieuw bankje opgehaald, en op diezelfde plek teruggezet. Dat levert ook positieve reacties op. Maar goed, na een maand was-ie weer weg.”
Waarom kiezen jullie voor dat soort activistische journalistiek?
“Het is een manier om te zeggen: als we iets kunnen veranderen, dan moeten we het misschien maar gewoon doen. Het is journalistiek gezien wat spannend, maar ik vind het niet eng om naast de burger te staan. Autoriteiten en bedrijven staan al sterk en hebben geld en macht. Burgers hebben die kracht niet. Dat mag je als journalist best vertegenwoordigen – zolang het feitelijk juist is. Maar we gaan niet zomaar partij kiezen in bijvoorbeeld een gemeenteraad. Je wil geen Joop.nl of een Dagelijkse Standaard worden. Het is misschien een beetje populistisch, maar ik wil een zo groot mogelijke hoek van de samenleving behagen.”

Op welke manier proberen jullie je journalistiek aantrekkelijk te maken voor jongeren? Die staan niet altijd te springen om regionale media te lezen
“Dat klopt. We spelen er vooral op in met onze beeldtaal, en dat we weten wat er online speelt. We zoeken ook echt interactie met die doelgroep. Dan vragen we via Instagram wat hun favoriete platenzaak of friettent in Brabant is, en daar maken we dan een gids van. Instagram is ook echt onze etalage.”
“Het hoeft ook niet altijd een nieuws-aanleiding te hebben. Laatst maakten we een graphic van waar alle supermarkten en fastfoodrestaurants in Brabant zitten. Geen nieuws, maar het geeft wel perspectief op de omgeving waar je woont. Het is in dat opzicht ook gewoon realistisch om te zeggen: je kunt niet alléén maar onderscheidende onderzoeksjournalistiek maken. Soms heb je een wat zachter verhaal nodig, of een update, of een leuke follow-up. Follow The Money kan nu elke dag ongeveer één zo’n groot verhaal maken, en die bestaan al 13 jaar en hebben 50.000 abonnees. Wij hebben er 50.”
Met hoeveel mensen werken jullie aan Woeste Grond?
“Ik ben er zelf bijna fulltime mee bezig. Daarnaast zijn er freelancers die vaker verhalen voor ons maken, en freelancers die dat eenmalig doen. Dat moet eigenlijk altijd met behulp van subsidies en mediafondsen. Als er een groep is die een verhaal wil maken, dan ga ik altijd kijken: tja, kan dat? Daar gaat veel tijd in zitten.”
Dat klinkt niet alsof je er van rond kunt komen?
“Nee, nu nog niet. Ik denk dat het drie dagen per week wel lukt, maar voor de rest moet ik het aanvullen met freelancen voor andere media en aanvullende klussen. Het is lastig om je hoofd boven water te houden als nieuwe, relatief kleine speler, maar het kan. Vooraf heb ik gezegd: als het niks meer oplevert, en er niks meer aanslaat, dan houden we er gewoon mee op. Je moet creatief blijven in zoeken naar waar de potjes met geld zitten.”
Hoe bevalt het runnen van een journalistiek platform na bijna twee jaar? En waar staat Woeste Grond over vijf jaar?
“Ik had vooraf verwacht dat het wat soepeler zou gaan, maar ik denk wel dat we voortdurend de juiste keuzes hebben gemaakt. Al ben ik soms wel een beetje ondernemer tegen wil en dank. Dan denk ik soms: ik had nu ook de straat op kunnen gaan. Je moet voortdurend leren je verhalen aan het publiek te verkopen, maar dat brengt je wel vooruit.”
“Over vijf jaar wil ik minstens zes mensen bij ons in dienst hebben, die zich echt aan Woeste Grond kunnen verbinden en voor wie het het grootste deel van hun werkweek is. Het moet als het platform kunnen blijven bestaan, ook als ik er dood bij neerval.”
Eindredactie door Romée Pietersen