donderdag 8 januari, 2026
Podium voor de Journalistiek

Wildgroei aan stoornissen: wat zegt dat over de maatschappij?

Beeld: Lala Azizli via Unsplash+
Binnenland

Steeds meer mensen krijgen een psychisch label. ADHD, depressie, burn-out: het aantal stoornissen lijkt te groeien. Maar worden mensen echt steeds gestoorder, of wordt de samenleving zo veeleisend dat steeds meer mensen vastlopen? "We hebben meer rust nodig en moeten niet alles tegelijk willen doen."

Door: Beau Tunderman
Leestijd: 8 min

Onze maatschappij vraagt steeds meer van ons. Het lukt minder en minder mensen om te voldoen aan haar eisen. Om hulp te krijgen kunnen zij zich achteraan de lange rij voor de geestelijke gezondheidszorg aansluiten. Eenmaal aan de beurt, moeten ze eerst een label opgeplakt krijgen dat hun afwijking legitimeert. Want zonder DSM-classificatie is er geen vergoede zorg. Maar als steeds meer mensen vastlopen, ligt het probleem dan bij het individu of bij de maatschappij?

De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) alarmeerde in september 2025 dat prestatiedruk, individualisme en versnelling doorslaan. We leven in een ‘hypernerveuze samenleving’ die onze mentale gezondheid onder druk zet. Een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek bekrachtigt dit beeld: angst en depressieve gevoelens onder jongeren zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. In plaats van mensen te leren omgaan met een steeds hogere druk, pleit de RVS ervoor de dieperliggende oorzaken van mentale problemen aan te pakken. De ‘hypernerveuze samenleving’ moet tot rust worden gebracht.

Mentale belasting

“Vroeger hadden we meer rust,” licht Marije van der Lee, cognitief gedragstherapeut en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, toe. “Nu moet alles achter elkaar door. We hebben nauwelijks ruimte om te herstellen.” Onze telefoons zetten ons constant aan: we zijn altijd bereikbaar en ontvangen steeds prikkels. Tegelijkertijd hebben we meer keuzes dan ooit, over studie, werk, voeding en uiterlijk. Met deze vrijheid komt de constante vraag ‘wat het beste’ is. Een grote mentale belasting.

Ook ligt de lat in onze maatschappij tegenwoordig hoger. Volgens onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut ervaarden in 2001 zo’n zestien procent van de scholieren prestatiedruk, wat in 2025 gestegen is naar 44,6 procent. Van der Lee herkent deze stress in haar werk als psycholoog. “Studenten leggen zichzelf hoge eisen op en zijn voortdurend bezig een toekomst te behalen waarvoor ze al vroeg moesten kiezen. Daardoor blijft weinig ruimte over om stil te staan bij wat ze echt leuk vinden of willen leren.”

‘Stoornissen zijn een samenspel tussen omgeving en individu’

Die veeleisende normen zorgen ervoor dat mensen sneller afwijken van de norm, stelt Van der Lee. “Kijk bijvoorbeeld naar kinderen die moeite hebben zich te concentreren en niet stil kunnen zitten. Waar er vroeger ruimte was voor deze afwijkingen, zijn nu de schoolklassen groter en krijgen kinderen veel meer afleidende prikkels. Het lukt ze daardoor niet meer mee te komen.” Wat in een flexibel milieu geen probleem vormt, kan in een strenge omgeving voor verstoring zorgen. Stoornissen zijn dus een samenspel tussen omgeving en individu.

Contextafhankelijk

ADHD is een stoornis (gekenmerkt door problemen met aandacht, impulsiviteit en hyperactiviteit) die sterk bepaald wordt door de omgeving. Hoe strakker het de norm is je te concentreren en hoe groter de afleidende prikkels, hoe sneller druk en dromerig zijn  als een stoornis wordt gezien. Omdat ADHD zo contextafhankelijk is, plaatsen sommige mensen vraagtekens bij het bestaan ervan.

Een van hen is Laura Batstra, psycholoog en hoogleraar op de Faculteit Gedrags- en Maatschappij Wetenschappen in Groningen. Volgens haar bestaat ADHD niet als hersenstoornis, maar is het een naam voor alledaags gedrag dat alleen in een specifieke context problemen geeft. In een interview met Nieuws.nl zegt ze dat “die gedragingen, zoals druk en dromerig zijn, op zichzelf geen probleem vormen. Dit ontstaat pas doordat onze prestatiemaatschappij kinderen afkeurt die liever willen bewegen dan zes uur lang tussen vier muren stilzitten.” Volgens Batstra ligt het probleem niet bij het kind, maar bij de maatschappij, en dan is het fout om het kind te labelen met een stoornis.

‘Veeleisende normen zorgen ervoor dat mensen ook echt meer last ervaren van hun afwijkingen’

Van der Lee ziet dat anders. Het ontkennen van stoornissen is volgens haar geen oplossing. “Veeleisende normen zorgen ervoor dat mensen ook echt meer last ervaren van hun afwijkingen.” Om hen te kunnen helpen, moeten we ze eerst als afwijkend markeren. “Wie extra tijd wil op een toets, heeft een label als ‘ADHD’ nodig.” Maar zo’n label suggereert dat het probleem bij de persoon zelf ligt. Dat het geen botsing met de omgeving is, maar iets dat iemand  is of heeft.

DSM

Hoe kan het dat een mismatch tussen persoon en omgeving wordt gezien als een stoornis in de persoon? Om dit te begrijpen, moeten we kijken naar de manier waarop we mentale problemen benaderen. In de psychiatrie gebeurt dit vooral aan de hand van het Diagnostisch en statistisch handboek van psychische stoornissen (DSM).

De DSM is in de jaren 50 gecreëerd door wetenschappers die de onderliggende oorzaken van mentale problemen wilden achterhalen. “Het idee was toen dat wanneer je exact weet welke biologische afwijkingen ervoor zorgen dat iemand bijvoorbeeld depressief is, je deze aandoening beter kan behandelen,” legt Van der Lee uit. Hiervoor moesten ze eerst zorgen dat alle onderzoekers hetzelfde verstonden onder begrippen als ‘depressie’ of ‘schizofrenie’. “Daarom groepeerden ze symptomen die vaak samen voorkomen en markeerden deze groepen met een titel: depressie, schizofrenie, autisme, etc.” Zo ontstond de DSM: een handboek dat symptomen ordent en classificeert.

‘Er bestaat geen concreet ADHD-brein of depressie-gen’

De veronderstelling was dat als ze symptomen netjes ordenen, de achterliggende oorzaken van de classificaties zouden verschijnen. De DSM-onderzoeken brachten veel nuttige kennis, maar de achterliggende oorzaken van de classificaties bleven onbekend. “Er bestaat geen concreet ADHD-brein of depressie-gen,” vertelt de hoogleraar. “Ondertussen ging de medische wereld de classificaties in de DSM behandelen als echte ziektes, in plaats van als beschrijvingen van klachten.” Groeperingen veranderden langzaam in een zelfstandige entiteiten.

Classificatie vs. ziekte

Het verschil tussen classificatie en ziekte is cruciaal. Hoge hartslag, zweet en een rood hoofd zijn symptomen die we kunnen classificeren onder ‘oververhitting’. Als we ‘oververhitting’ gaan behandelen als ziekte, zonder te weten dat dit veroorzaakt kan worden door hitte, inspanning of een infectie, dan zal het lijken alsof de aandoening in de persoon zelf ligt. Het is geen reactie op de omstandigheden, want deze zijn onbekend. Dus wordt het een eigenschap van een persoon zelf: iets dat iemand heeft.

Door een handboek voor classificaties te gebruiken om mentale stoornissen te begrijpen, negeren we de context. “Hier gaat het natuurlijk mis,” zegt Van der Lee. “Want die context is heel belangrijk. Vandaar dat de meeste psychologen en therapeuten vooral afgaan op het verhaal van hun cliënten, waarvoor ze vragenlijsten gebruiken.” In dit verhaal houden psychologen wél rekening met de context. “We kijken naar wat iemand heeft meegemaakt en hoe ze hiermee omgaan.” Door het complete plaatje mee te nemen, vertaalt het probleem zich als mismatch met de omgeving, niet als stoornis in het individu.

Toch werd de DSM leidend. “Zo’n twintig jaar geleden kozen zorgverzekeraars ervoor zorg alleen te vergoeden als er een classificatie werd gesteld aan de hand van de DSM,” stelt de hoogleraar. “Ik begrijp deze keuze nog altijd niet goed.” Door de DSM te gebruiken verdwijnt de context naar de achtergrond en lijkt de stoornis in de persoon te zitten. Het DSM-model is sinds kort vervangen voor een nieuw model.

(G)één norm

Om mensen die in onze samenleving vastlopen te helpen, geven we ze nu een label dat problemen te erg afschuift op de persoon. Maar volgens Van der Lee is het ook geen oplossing om problemen volledig bij de maatschappij te leggen. “De maatschappij kunnen we niet zo snel veranderen, terwijl mensen wel echt hulp nodig hebben.” De uitdaging zit erin hen hulp te bieden zonder te vergeten dat het probleem niet alleen in de persoon zit, maar ook in de wereld waarin die persoon moet functioneren.

Tegelijkertijd moet de samenleving rustiger en flexibeler worden. Van der Lee stelt dat vertraging, rust en twijfel nodig is om gezond te blijven. “Mensen haken af door dit snelle tempo. We hebben meer rust nodig en moeten niet alles tegelijk willen doen.” Ook hebben we soepelere normen nodig. “Het zou beter zijn niet van iedereen hetzelfde te verwachten. Hoe meer variatie we accepteren, hoe minder we hoeven te pathologiseren.” Als niet iedereen hoeft te voldoen aan één norm, zouden mensen hun afwijkingen juist kunnen inzetten als kracht.

Eindredactie door Wouter Geerts

Steun Red Pers

Je las dit artikel gratis, maar dat betekent niet dat het Red Pers niets heeft gekost. Wij bieden jonge, aspirerende journalisten een podium én begeleiding. Dat kunnen we nog beter met jouw steun. Die steun komt met twee voor de prijs van één, want onze sponsor matcht jouw donatie. Geef jij ons vijf euro? Dan ontvangen wij een tientje.

Over de auteur:

Beau Tunderman (2000, zij/haar) is masterstudent filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen met een bachelor in biologie/neurowetenschappen. Naast een interesse in de natuur van de mens heeft ze ook een fascinatie voor de relatie tussen cultuur en natuurlijke behoeftes. Als redacteur Cultuur & Filosofie probeert ze actuele culturele verschijnselen kritisch te analyseren en de dialoog tussen wetenschap, filosofie en samenleving te bevorderen.

Lees meer van Beau Tunderman