Engeland, 1865: terwijl fabrieken hun dikke, zwarte rookpluimen de lucht in blazen, kijkt de dertigjarige William Stanley Jevons verwonderd toe. De Engelse econoom heeft in zijn leven de industrie drastisch zien groeien en velen om hem heen lijken te denken dat deze vooruitgang geen einde kent. Hij heeft zo zijn twijfels. Ja, het Verenigd Koninkrijk is momenteel een belangrijke, misschien wel de belangrijkste, speler op het wereldtoneel. Maar is dat niet alleen omdat het zo’n grote steenkoolvoorraad heeft? Wat gebeurt er als de kolen op zijn? Want hoewel machines en fabrieken steeds efficiënter worden, leidt dat niet tot een vermindering in verbruik van kolen. Sterker nog: de efficiëntie van het productieproces drukt de prijzen, waardoor men juist méér steenkool verbruikt. Zijn observatie wordt naar hem vernoemd: Jevons’ paradox is geboren.
Rebound-effecten
Hoewel zijn theorie al meer dan honderdvijftig jaar oud is, is Jevons’ werk in de huidige energietransitie niet minder relevant. Nog altijd refereren milieueconomen aan de paradox in onderzoek naar zogeheten rebound-effecten (terugslageffecten) in verduurzaming en energiegebruik. En dat is niet voor niets. Net als in het Engeland van de negentiende eeuw, leidt efficiëntie ook nu vaak niet tot een vermindering in verbruik van energiebronnen. Bij een studie naar isolatiemaatregelen en gasbesparing in Engeland en Wales zagen onderzoekers bijvoorbeeld dat bewoners na twee tot vier jaar weer evenveel gas verbruikten als vóór isolatie. Ook bij onderzoek in andere landen is te zien dat efficiënter energieverbruik vaak niet zorgt voor minder consumptie.
Het meten van rebound-effecten is complex. Het is niet altijd duidelijk wat een terugslag veroorzaakt. Maar analyses van wereldwijd energiegebruik laten zien dat rebound-effecten wel degelijk op verschillende niveaus plaatsvinden. Direct en indirect, zowel in ons dagelijks leven, als op wereldschaal. Ongetwijfeld vind je in je eigen gedrag voorbeelden. Zoals vaker met de auto gaan, omdat die toch elektrisch rijdt. De ledlampen langer aan laten staan dan je met gloeilampen deed. Of toch maar een vliegreis plannen, aangezien je geen vlees eet. Onze neiging om duurzame keuzes elders of op een andere manier te compenseren, is overal te zien. Zonder het door te hebben, verbruiken we meer energie dan eerder. Daarnaast groeit de mondiale energievraag. Dat betekent dat een overstap naar duurzame energie in verschillende landen onbedoeld kan leiden tot meer verbruik van fossiele energie elders, omdat de vraag naar fossiel daalt en de grondstoffen zo goedkoper worden. Het is dus noodzakelijk om breed te onderzoeken welke rebound-effecten de energietransitie in Nederland heeft en beleid daarop aan te passen.
Een overvol stroomnet
Terug naar de huidige stand van zaken: netcongestie. De overheid wil graag dat 1,5 miljoen woningen in 2030 van het gas af zijn – of in ieder geval daarop voorbereid. Ook voor nieuwe woningen is het doel gesteld zoveel mogelijk aardgasvrij te bouwen. Dat betekent dat het voor het kabinet noodzakelijk is om netcongestie zo snel mogelijk op te lossen. Nu is er namelijk te weinig capaciteit om woningen, zowel nieuwbouw als bestaande panden, aan te sluiten op het elektriciteitsnet, waardoor ze afhankelijk blijven van gas.
Een verzwaring van het stroomnet, waarbij de capaciteit wordt vergroot om zowel de elektriciteitsvraag als nieuwe elektriciteitsleveringen van bijvoorbeeld zonnepanelen aan te kunnen, is dus cruciaal voor de plannen van de overheid. Maar technische ingrepen die het stroomnet uitbreiden en efficiënter maken, zullen op de lange termijn niet per se leiden tot verminderd verbruik van fossiele bronnen. De nodige elektriciteit moet immers ook duurzaam worden opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen, windturbines of, volgens sommigen, kerncentrales. Volgens experts gebeurt dat nu nog veel te weinig om in de vraag te voorzien. Zelfs bij een minimale stijging in de wereldwijde energievraag, moet er heel meer gebeuren dan een efficiënter stroomnet om in 2050 geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken – het door het IPCC gestelde doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ‘slechts’ 1,5 graden Celsius. Naast (hogere) CO2-belasting noemen onderzoekers bijvoorbeeld energiebesparing en aanpassingen in levensstijl als nodige maatregelen. Hun conclusie: vooral rijke, welvarende landen die veel uitstoten zullen hun energieverbruik moeten verminderen.
Een echt duurzame transitie
De oplossing ligt dus niet alleen bij technologische innovatie, maar ook bij slimme beleidskeuzes en aanpassingen in ons eigen gedrag. Als we iets kunnen leren van de heer Jevons en van recent milieuonderzoek, is het dat meer efficiëntie nog altijd onbedoeld zorgt voor rebound-effecten. Zowel in Nederland als daarbuiten. En aangezien het stroomnet overbelast is en hernieuwbare energie te weinig beschikbaar, zullen we meer moeten doen om af te stappen van fossiele brandstoffen. Het is daarom noodzakelijk te formuleren wat nodig is voor een écht duurzame transitie. Daarbij moet over zowel buiten de grenzen van huidig beleid als buiten landsgrenzen worden gedacht. Welke infrastructuur is nodig voor het opwekken van elektriciteit voor Nederlands gebruik? Hoe duurzaam zijn zonnepanelen, (thuis)batterijen en elektrische auto’s als elders land wordt vernietigd voor de delving van de nodige grondstoffen? Dat we de zwarte rookpluimen niet meer zien, betekent niet dat ze er niet meer zijn.
Ja, de energietransitie is een sociale transitie is die veranderingen behoeft ‘achter de voordeur’. Maar dat houdt niet alleen in dat er warmtepompen moeten worden geïnstalleerd. We zullen ook bij onszelf moeten nagaan hoe we rebound-effecten voorkomen. Dat foldertje in de bus heb jij misschien meteen bij het oud papier gegooid, maar de aanpassing die het vraagt is wel degelijk belangrijk. Denk dus denk de volgende keer twee keer na voordat je tóch de wasmachine ’s avonds aanzet, voor de twintigste keer een volle waterkoker aan de kook brengt of vier apparaten tegelijk aan de laders legt. Zoals Jevons al zag: groei op basis van een eindige energiebron kan niet voor altijd goed gaan. Over de vervuilende fabrieken van het negentiende-eeuwse Engeland kreeg hij gelijk. Laten we niet nogmaals dezelfde fout maken.