Ik vond spotprenten op de middelbare school het interessantste onderdeel van geschiedenis, maar de interpretatie ging me niet altijd goed af. Dictators moest je herkennen aan hun snorren, symboliek moest je begrijpen. Tegenwoordig verschijnen vergelijkbare beelden in mijn feed. Deze drijven de spot met politici en maatschappelijke ontwikkelingen, maar niemand heeft ze getekend. Ze zijn gegenereerd door kunstmatige intelligentie. Welke zorgen over deze nieuwe vorm van satire zijn werkelijk nieuw, en welke blijken al eeuwen oud?
Waarom satire werkt
Sinds de uitvinding van de drukpers speelt de spotprent een belangrijke rol in het publieke debat. Historicus Henk Slechte, auteur van Laat me niet lachen! Spotbeeld van de Nederlandse geschiedenis, van 1570 tot nu, beschrijft de spotprent als een middel om maatschappelijke discussies aan te zwengelen. “Net zoals columnisten dat met woorden doen, doen cartoonisten dat met beelden.” Het doel is niet om objectief te zijn, maar om via satire de gevestigde orde uit te dagen.
Wat maakt zo’n prent zo krachtig? Volgens cartoonist en oprichter van Cartoon Movement, Tjeerd Royaards, zit dat in de directheid van beeld. Een tekst kan je overslaan, maar een beeld verschijnt direct op je netvlies. Daar komt bij dat cartoonisten met hun beelden vaak een emotionele reactie uitlokken: een lach, boosheid, verbazing of ongemak.
‘De tekenaar zet de bal voor en de lezer schiet ‘m in het doel’
Tegelijkertijd vraagt een goede spotprent iets van de kijker. Die moet de referenties herkennen en de overdrijvingen koppelen aan het nieuws van dat moment. Pas als je de grap begrijpt, werkt hij. Jop Euwijk, bestuurslid van Pers & Prent, dat elk jaar de Inktspotprijs uitreikt, verwijst naar een uitspraak van cartoonist Jos Collignon om dat proces te verwoorden: “De tekenaar zet de bal voor en de lezer schiet ‘m in het doel en kan daarna bijna niet meer onthouden dat het die tekenaar was die ‘m voorzette.” Er kan dan een saamhorigheidsgevoel ontstaan tussen die lezers die voelen samen in on the joke te zijn.
De online democratisering van satire
Volgens Euwijk verklaart dat waarom memes zo succesvol zijn. Ze gebruiken hetzelfde mechanisme van herkenning als de spotprent, maar maken satire veel toegankelijker. Voor een meme is geen tekentalent nodig, omdat bestaande afbeeldingen dienen als templates die met bewerkingen en onderschriften passend worden gemaakt voor een nieuwe context. Ook bij memes is het essentieel dat je de referentie snapt, al gaat het vaker om internetcultuur dan om politieke kennis. Sociale media doen de rest: wat vroeger op een vaste pagina in de krant stond, kan zich nu razendsnel door netwerken verspreiden.
Inmiddels is online een nieuw genre satirisch beeld ontstaan dat onderzoekers Eduard-Claudiu Gross en Alicia Colson precies tussen de meme en de politieke spotprent plaatsen: AI-gegenereerde afbeeldingen. Misschien herken je ze uit je eigen feed: een politicus in een benarde situatie, een absurde uitvergroting van diens beleid, weergegeven in een beeld waarvan je je even afvraagt of die echt is. Zulke beelden combineren de hyperbool van de spotprent met de snelheid van de meme. Alleen verschijnen ze niet op een opiniepagina, maar op feeds tussen vakantiefoto’s en advertenties.
Wat kan wel en wat kan niet?
Volgens Gross en Colson combineren AI-beelden precies de eigenschappen die spotprenten en memes zo krachtig maken: absurditeit, herkenning en snelle verspreiding. Daarmee rijst automatisch een vraag die al eeuwen met politieke satire meeloopt: wat mag je eigenlijk afbeelden?
Die discussie is allesbehalve nieuw. “Cartoons maken gebruik van uitvergrotingen,” zegt Slechte. “Kenmerken die al opvallen, zoals kinnen, puisten en nekken, worden nog eens extra aangezet.” Sinds de Bataafse Republiek wordt deze vorm van maatschappijkritiek grondwettelijk beschermd onder de persvrijheid. In de praktijk kozen rechters er vaak voor de vrijheid van meningsuiting zwaarder te laten wegen dan het beledigde gevoel van degene die werd bespot.
Kijkers zien politici in vernederende of absurde situaties en missen soms de context
Toch verschilt het AI-beeld op één cruciaal punt van de klassieke spotprent: het realisme. Waar een cartoon onmiskenbaar een interpretatie van de werkelijkheid is, kan een AI-beeld zich voordoen als die werkelijkheid zelf. Juist daardoor ontstaan nieuwe spanningen.
Royaards legt uit dat door hun online verspreiding deze satirische beelden buiten een vaste kring van ingewijden terechtkomen. Op sociale media verdwijnt de context, terwijl mensen die kijken naar een politieke cartoon op een vaste plek in de krant, weten dat deze beoordeeld is door een redactie. En mensen herkennen vaak de stijl en ideeën van een tekenaar.
Daar komt bij dat zulke beelden zich razendsnel verspreiden, vaak nog voordat journalisten over een gebeurtenis hebben bericht. Kijkers zien politici in vernederende of absurde situaties en missen soms de context om te herkennen dat het satire betreft. Euwijk ziet daarin een duidelijke grens: “Op het moment dat je beeld zo realistisch maakt dat je je moet afvragen: ‘Oh, is dat gebeurd?’ Dan is dat geschiedvervalsing. Als het niet meer duidelijk is of een cartoon satirisch is, dan is het voor mij al niet meer van waarde en verliest het zijn bestaansrecht.”
Ook anonimiteit krijgt daardoor een andere lading. Volgens Royaards en Slechte hoort anonimiteit al eeuwen bij het vak, zeker in landen waar politieke satire gevaarlijk kan zijn en makers alleen onder pseudoniem kunnen werken. Bij AI-beelden gaat het om een andere schaal. Makers zijn vaak niet te herleiden, terwijl hun beelden zich massaal kunnen verspreiden. “Je denkt beter na als je naam eronder staat,” zegt Royaards. Hij weet dat hij aangeklaagd kan worden voor laster als hij misinformatie verspreidt. Daarmee lijkt de praktijk van AI-beelden sneller te gaan dan de regels die haar moeten begrenzen.
Slopaganda
“Er is altijd een dunne lijn geweest tussen satire en misinformatie”, zegt Euwijk. De stap naar propaganda is snel gemaakt: hetzelfde beeld dat iets aan de kaak stelt, kan ook worden ingezet om desinformatie te verspreiden en een politieke agenda te dienen. Onderzoekers Gross en Colson zien bovendien dat AI-gegenereerde beelden steeds bewuster als politiek wapen worden gebruikt. Royaards wijst op Iran, dat AI-beelden inzet om de geloofwaardigheid van Trump te ondermijnen. Dichter bij huis werden PVV-Kamerleden rond de vorige Tweede Kamerverkiezingen aangeklaagd voor het anoniem verspreiden van gemanipuleerde foto’s van Frans Timmermans, waarop hij ten onrechte gearresteerd werd afgebeeld.
Een spotprent herken je als een interpretatie. Een AI-beeld kan zich voordoen als bewijs
Ook dit fenomeen is niet volledig nieuw. Volgens Slechte hebben machthebbers zich door de eeuwen heen vaker bediend van satirische prenten om hun tegenstanders zwart te maken. Hij wijst op het Rampjaar 1672, toen het stadhouderlijke gezag een tekenaar als Romeyn de Hooghe spotprenten liet maken over de gebroeders De Witt. Dat eindigde in de moord op de broers de Witt. Zoals vaker in de geschiedenis werd de spotprent hier gebruikt als propaganda. Het verschil zit opnieuw in het realisme: een spotprent herken je als een interpretatie, maar een AI-beeld kan zich voordoen als bewijs.
Dat werd ook zichtbaar bij de Roemeense presidentsverkiezingen van 2024 en 2025, waar rechtspopulistische kandidaten AI-beelden, deepfakes en memes massaal verspreidden via TikTok en Telegram. Daarbij werd juist de rommelige, amateuristische kwaliteit van de beelden strategisch ingezet. Die beelden moesten de indruk wekken authenthiek te zijn en alsof ze van gewone burgers kwamen en niet van een campagneteam. Onderzoekers Gross en Colson duiden dit in hun artikel aan als ‘slopaganda’, een verwijzing naar de term AI slop voor snel geproduceerde, vaak rommelige AI-content.
De toekomst van satire
Zullen we in de toekomst AI-gegenereerde spotprenten bespreken bij geschiedenis? Dat weten we waarschijnlijk pas achteraf. Voorlopig lijkt de bestaande cartoonwereld terughoudend. AI-satire kan de Inktspotprijs nog niet winnen zolang de beelden niet zijn gepubliceerd in kranten en langs een redactie zijn gegaan. Ook Royaards accepteert op zijn cartoonistenplatform nog geen makers die AI gebruiken.
Veel zorgen rond AI-beelden blijken verrassend oud. Spotprenten riepen discussies op over propaganda, anonimiteit en persvrijheid. Nieuw is vooral dat satire steeds moeilijker van werkelijkheid te onderscheiden is. Waar de kijker bij een spotprent zelf de grap afmaakt, kan die bij een AI-beeld juist worden bespeeld. Niet omdat de satire te moeilijk is, maar omdat het beeld te echt lijkt. Royaards suggereert dat onafhankelijke politieke cartoonisten daardoor in de toekomst wellicht juist belangrijker worden.
Eindredactie door Evi Verleije