Jonasz Dekkers woont al acht jaar in Rotterdam-West. Een gentrifier voelt hij zich niet. Maar zijn weerkaatsing in de abri’s van de tramhalte, met een flat white in de hand, doen anders vermoeden. Het is een Zuid-Europees warme dinsdagmorgen op de Nieuwe Binnenweg. Ik wandel naar de apotheek en kom langs de Toko Bon Pra, […]
Enorme, natte sneeuwvlokken sloegen hem in het gezicht terwijl de geur van vers gemaaid gras hem bekroop. Het leek de afgelopen maand april en januari tegelijkertijd. Jonasz Dekkers ervaarde de meteorologische contradictie aan den lijve, en het deed hem denken aan de tegenstrijdigheid van de stad Rotterdam.