‘Je kunt niet zijn wat je niet ziet’. Een treffende uitspraak die het belang van diversiteit op het grote doek samenvat, vindt dramaturg Sarieke Hoeksma. Het legt dan ook één van de grootste knelpunten bloot om authentiek en effectief diversiteit in filmproducties te vergroten.
Hoeksma leest voor haar werk filmscenario’s. Ze schrijft zelf niet, maar denkt mee met filmmakers over verhaalstructuur, personage-ontwikkeling en thematiek. Met een academische achtergrond in filmwetenschap en gender studies kijkt ze automatisch ook naar wat verhalen en de manier waarop ze verteld worden, zeggen over de wereld waarin ze ontstaan.
“Film zegt vaak iets over de maatschappij waarin het gemaakt is,” zegt ze, “maar andersom kan film ook een effect hebben op de maatschappij, doordat het ons dingen laat zien waar we van kunnen leren of door geïnspireerd raken. Daarmee kan het onze horizon verbreden.” Representatie is daarin volgens haar niet alleen een trendy term in het kader van ‘woke’ zijn, maar een belangrijk onderdeel in de vorming van maatschappelijke verbeeldingskracht. Hoeksma: “Als je jezelf nergens terugziet, ga je denken dat jij niet binnen het plaatje past. Dan pas je jezelf aan, in plaats van dat het beeld zich aanpast aan jou.” Een pijnlijk en schadelijk gevolg hiervan kan zijn dat men zich krampachtig probeert te schikken naar een norm die niet bij hen past.
Het Smurfin-principe
De Smurfin-campagne van Vrouwen in Beeld en ACT Acteursbelangen, is geïnspireerd door de The Smurfette Principle van Katha Pollitt uit 1991. Het principe kaart een probleem aan over de manier waarop vrouwelijke personages worden geschreven; nog te vaak is hun belangrijkste kenmerk hun vrouw zijn, net zoals dat de Smurfin de enige vrouw is in het Smurfendorp, en haar vrouwelijkheid haar definiërende eigenschap is.
Hoeksma ziet dat patroon regelmatig terug in de scripts die zij leest. Daar waar vrouwelijke personages vooral in relatie tot anderen bestaan, bijvoorbeeld als moeder of minnares, worden mannelijke personages vaker als gelaagd en complex geschreven; grappig én onzeker, succesvol én falend.
Blinde vlek
Een belangrijke nuance die Hoeksma benoemt, is dat dergelijke stereotypering zelden voortkomt uit kwade wil. “Makers grijpen terug op beelden die ‘normaal’ voelen, maar dat normale beeld is gevormd door decennia aan eenzijdige representatie.” Zelfs schijnbaar kleine details, zoals hoe een personage in een film wordt geïntroduceerd of in welke setting we haar voor het eerst zien, dragen daaraan bij. Uit onderzoek van Vrouwen in Beeld bleek bijvoorbeeld dat vrouwen vaak in een privésfeer voor het eerst worden gezien, zoals de keuken of woonkamer, terwijl mannen eerder via hun beroep of actie worden geïntroduceerd. “Dat lijkt subtiel, maar het zegt veel over wie als handelend subject wordt gezien,” legt Hoeksma uit.
‘Als beginnend acteur kan het moeilijker zijn om iets te zeggen. Je bent afhankelijk, je wilt niet lastig zijn’
Het is haar opgevallen dat in zowel de Nederlandse als de internationale filmindustrie niet alleen mannen maar ook vrouwen blinde vlekken kunnen hebben rond dit soort representatie. “Ik heb scripts besproken met andere vrouwelijke filmprofessionals waarbij ik soms de enige leek te zijn die een sterk ongemak ervaarde bij de eenzijdige verbeelding van vrouwelijke personages. Bijvoorbeeld wanneer een vrouw op stiletto’s zou voetballen om een man te verleiden, of in een scène waarin een vrouw zonder consent tot seks wordt gedwongen. Ik zie dan dat mijn vrouwelijke collega’s dergelijke verhaallijnen niet altijd meteen als problematisch ervaren.” Het confronteert haar met een pijnlijke realiteit: ook vrouwen zijn opgegroeid binnen hetzelfde systeem, met geïnternaliseerde ideeën over wat ‘normaal’ is. “Het is niet zo dat als je vrouw bent, je ineens losstaat van dat systeem,” legt ze uit. Die neiging om daarin mee te bewegen maakt dat stereotypen vaak onopgemerkt blijven, zelfs door mensen die er zelf nadeel van ondervinden.
Grenzen en veiligheid
Representatie gaat niet alleen over wat er in het script staat, maar ook over het productieproces zelf. Hoeksma kan zich voorstellen dat de machtsverhoudingen tussen regisseurs, acteurs en producenten daarbij een rol spelen, zeker bij intieme scènes. “Als beginnend acteur kan het moeilijker zijn om iets te zeggen. Je bent afhankelijk, je wilt niet lastig zijn.” Omdat vrouwen vaak de ontvangende of onderdanige rol moeten spelen, kunnen intieme scenes door hen wellicht sneller als bedreigend of onveilig ervaren worden. Desalniettemin is een veilige sfeer op set belangrijk voor alle betrokken partijen; mannen kunnen zich immers ook onveilig voelen. Daar waar maatschappelijk gezien al snel over de grenzen van vrouwen heen wordt gegaan, is voor mannen ook niet altijd de ruimte voor kwetsbaarheid. Zij zullen bijvoorbeeld sneller horen dat ze zich niet moeten aanstellen. Hoeksma benadrukt daarom dat het belangrijk is dat we bij íedereen blijven inchecken.
De prijs is neutraal, het speelveld nog niet
Vijf jaar geleden werden de aparte acteerprijzen voor mannen en vrouwen afgeschaft bij de Gouden Kalveren. Hoewel deze verandering niet zonder kritiek werd ontvangen, was Hoeksma vanaf het begin voorstander: “Waarom zouden we bij acteurs wel een onderscheid maken en bij regisseurs of cameramensen niet?” Volgens haar is het idee van de twee gendercategorieën man versus vrouw een enorme versimpeling van de werkelijkheid. “Er zijn zoveel verschillende manieren om vrouw of man, of geen van beide, te zijn. Dat past niet in twee hokjes.”
Tegelijk begrijpt ze de zorg dat vrouwen in een gezamenlijke categorie minder kans maken. “Dat risico bestaat zolang het aanbod ongelijk is. Als er minder complexe vrouwenrollen zijn, worden die ook minder bekroond.” De oplossing ligt volgens haar dan ook niet in gescheiden prijzen, maar in betere rollen. “Wanneer er genoeg gelaagde vrouwelijke personages zijn, dan volgt die erkenning vanzelf,” stelt ze.
Zoals velen die strijden voor diversiteit hoopt Hoeksma dat we uiteindelijk in een wereld zullen leven waarin een genderneutrale filmprijs geen unicum meer is, maar de norm. Tot die tijd ziet zij zeker het belang van gerichte initiatieven als Vrouwen in Beeld. “We zitten nu eenmaal in een systeem waarin vrouwen structureel minder ruimte krijgen. Dan heb je soms een apart platform nodig om dat zichtbaar te maken.” Door nu bewust te werken aan representatie, zal het hopelijk een keer niet meer nodig zijn om het erover te hebben. Tot die tijd blijft die ene zin leidend: ‘Je kunt niet zijn wat je niet ziet’.
Eindredactie door Maria van Riel