Al weken vullen honderdduizenden demonstranten de straten van het Albanese Tirana. Mikpunt van de woede is een miljardenproject dat wordt gesteund door Jared Kushner, schoonzoon van de Amerikaanse president Donald Trump; Kushner heeft met zijn investeringsfirma Affinity Partners plannen voor de bouw van een luxeresort in beschermd natuurgebied. Ook in het Servische Belgrado konden soortgelijke plannen vorig jaar op verzet rekenen: daar wilde Kushner, op de plek van het voormalige Joegoslavische legerhoofdkwartier, een Trump Tower bouwen. Toen ook daar Serviërs massaal de straat op gingen, trok hij zijn plannen terug.
De projecten passen binnen een breder patroon van Trumps buitenlandpolitiek, waarin vrienden en familieleden een steeds grotere rol spelen. De afgelopen maanden lijkt ook Bosnië en Herzegovina slachtoffer te worden van Trumpiaans machtsvertoon, ditmaal achter diplomatieke deuren.
Een onverwacht vertrek uit Sarajevo
Op 11 mei kondigde de Duitse diplomaat Christian Schmidt onverwacht zijn vertrek als Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië en Herzegovina aan. Zelf stelde hij dat het om een persoonlijke beslissing ging, maar vrijwel onmiddellijk ontstond de vraag of Washington hem tot zijn vertrek had gedwongen.
Vrijwel onmiddellijk ontstond de vraag of Washington de Hoge Vertegenwoordiger tot zijn vertrek had gedwongen
Als Hoge Vertegenwoordiger zag Schmidt toe op de naleving van het Verdrag van Dayton, dat een einde maakte aan de Bosnische Burgeroorlog (1992-1995). Het conflict, dat volgde na het uiteenvallen van Joegoslavië, kostte ongeveer honderdduizend mensen het leven.
Met de ondertekening van het Verdrag werd het land geografisch opgedeeld in twee entiteiten: de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Servische Republiek. Zoals de naam van de laatstgenoemde entiteit doet vermoeden, vormen Bosnische Serven met meer dan 80 procent de meerderheid in dit deel van het land. In de Federatie wonen daarentegen vooral Bosniakken en Bosnische Kroaten, waarvan de eerste groep met meer dan 70 procent de grootste is.
Ook de functie van Hoge Vertegenwoordiger kwam voort uit dit vredesverdrag. De Vertegenwoordiger, die onder andere wordt aangewezen door Amerika en verschillende Europese landen, geldt als de hoogste autoriteit in het land. Zo kan die, als deze het vredesverdrag dreigen te ondermijnen, wetten afkeuren en leiders afzetten.
Schmidt maakte tijdens zijn ambtstermijn gebruik van deze bevoegdheden. Hij botste geregeld met Milorad Dodik, de invloedrijkste Bosnisch-Servische politicus, die jarenlang president van de Servische Republiek is geweest. Dodik, die openlijk probeerde het Servische deel van de rest van het land af te splitsen, werd door Schmidt uit zijn functie gezet. Het is dan ook geen verrassing dat het nieuws van Schmidts vertrek door het politieke leiderschap van de Servische Republiek positief werd ontvangen.
Washington zet druk
Aanvankelijk waren berichten over Amerikaanse betrokkenheid bij Schmidts vertrek vooral gebaseerd op diplomatieke bronnen, maar inmiddels is dit door hem zelf bevestigd. In een interview met het Duitse Tagesspiegel vertelde Schmidt dat Washington hem tot zijn ontslag heeft gebracht.
Sinds zijn aangekondigde vertrek probeert de internationale gemeenschap een opvolger te vinden. Waar de Amerikanen de Italiaanse diplomaat Antonio Zanardi Landi – ooit gestationeerd in Servië – naar voren hebben geschoven, geven verschillende Europeanen de voorkeur aan René Troccaz, de Franse Balkan-gezant.
Europese diplomaten vermoeden dat een omstreden energieproject een belangrijke rol speelt voor de VS
Dat Europa niet meebeweegt met het Amerikaanse voorstel, heeft geleid tot felle reacties van Washington. De Amerikaanse ambassade in Sarajevo beschuldigde Europa van ‘besluiteloosheid’, waardoor ‘Amerika gedwongen is zijn rol in de internationale missie in Bosnië en Herzegovina te heroverwegen’.
Waarom de Amerikanen zich hard maken voor de Italiaan, is niet volledig duidelijk, maar Europese diplomaten vermoeden dat een omstreden energieproject, de Southern Gas Interconnection, een belangrijke rol speelt.
Een Amerikaanse gaspijpleiding
Met de aanleg van de honderden miljoenen kostende gaspijpleiding, die het Bosnische gasnetwerk zou verbinden met dat van Kroatië, wordt beoogd een einde te maken aan de volledige Bosnische afhankelijkheid van Russisch gas; Amerikaans gas zou daarvoor in de plaats komen.
Het relatief onbekende bedrijf heeft geen aantoonbare ervaring met de aanleg van een pijpleiding van deze omvang. Wat het wel heeft, is nauwe banden met Donald Trump.
Na een Amerikaanse lobbycampagne werd het Amerikaanse AAFS Infrastructure and Energy naar voren geschoven als investeerder en ontwikkelaar van het project. Het relatief onbekende bedrijf heeft geen aantoonbare ervaring met de aanleg van een pijpleiding van deze omvang. Wat het wel heeft, is nauwe banden met Donald Trump.
Twee prominente figuren achter AAFS zijn Jesse Binnall en Joe Flynn. Binnall trad op als advocaat van Trump en verdedigde hem in de zaken rond de bestorming van het Congres en Flynn is de broer van Michael Flynn, Trumps voormalige nationale veiligheidsadviseur. Deze laatstgenoemde was betrokken bij de succesvolle lobby van separatist Dodik om de Amerikaanse sancties tegen hem opgeheven te krijgen. Nadat de regering-Trump die sancties ophief, sprak Dodik zijn steun uit voor de gaspijpleiding.
Europa vreest nieuwe afhankelijkheid
Europese leiders hebben zich op hun beurt verzet tegen het plan om AAFS de pijpleiding te laten bouwen. Zij hebben het Bosnische leiderschap gewaarschuwd dat beslissingen in overeenstemming met de EU moeten worden genomen, ook om Bosnische EU-aspiraties niet in gevaar te brengen.
Achter de schermen lijkt een bredere geopolitieke zorg te spelen: de pijpleiding kan Bosnië minder afhankelijk maken van de Russen, maar tegelijkertijd een nieuwe afhankelijkheid van de Amerikanen creëren.
Vrienden- en familiediplomatie
De ontwikkelingen in Bosnië passen in het bredere patroon dat ook in Albanië en Servië zichtbaar is: Trumps buitenlandpolitiek wordt sterk gekenmerkt door vrienden- en familiediplomatie, waarbij belangrijke rollen aan intimi worden toevertrouwd. Zo stuurde Trump herhaaldelijk Steve Witkoff, speciaal gezant voor het Midden-Oosten én zijn goede vriend, samen met schoonzoon Kushner naar onderhandelingen in Oekraïne, Palestina en Iran. Beiden hebben weinig diplomatieke ervaring en genieten beperkte steun onder ambtenaren en deskundigen.
In de Westelijke Balkan krijgt dat patroon een nieuwe vorm. Hier gaat het niet alleen om politieke, maar ook om economische invloed voor Trumps kliek: van Kushners vastgoedprojecten in Servië en Albanië tot de gaspijpleiding die moet worden ontwikkeld door zijn vertrouwelingen. In Bosnië en Herzegovina komen de Amerikanen en Europeanen er voorlopig niet uit, en lijkt het voornemen om voor 14 juli een nieuwe Hoge Vertegenwoordiger aan te wijzen steeds minder haalbaar.
In de Westelijke Balkan gaat het niet alleen om politieke, maar ook om economische invloed voor Trumps kliek
De Westelijke Balkan, en Bosnië en Herzegovina in het bijzonder, dreigt zo het toneel te worden van een bredere strijd tussen Europa en de Amerikaanse buitenlandpolitiek: een politiek waarin de grens tussen internationaal beleid en persoonlijke en familiale belangen steeds verder vervaagt.
Eindredactie door Oscar Vaessen