Begin 2024 brak er onrust uit in Nederlandse gemeenten. De oorzaak: een nieuwe berekeningsmethodiek die kabinet-Rutte IV invoerde voor het Gemeentefonds, waaruit gemeenten geld krijgen voor het uitvoeren van hun taken. Het nieuwe systeem dreigde vanaf 2026 een structureel tekort van in totaal meer dan drie miljard euro te creëren. Onder die omstandigheden verwachten 284 van de 341 gemeenten – dat is 83 procent – niet rond te kunnen komen. Hierdoor moeten zij ofwel direct bezuinigen op lokale voorzieningen ofwel de gemeentelijke belastingen verhogen, vertelt Jori Veenman van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVvR) aan Red Pers.
Dat knelt, want de meeste gemeentelijke taken zijn wettelijk bepaald en moeten dus worden uitgevoerd. Wethouder Financiën Paul Guldemond illustreert hoe de tekorten de uitvoering van gemeentelijke taken in Zwolle bemoeilijken: “Als we niet kunnen investeren in allerlei woningbouwprojecten, duurt het langer voordat we de woningen gebouwd hebben die nodig zijn. Als we niet voldoende kunnen investeren in nieuwe schoolgebouwen, dan zitten de kinderen in zompige, tochtige, te warme of te koude lokalen. Als we de energietransitie of de verduurzaming niet zo snel kunnen oppakken als nodig, dan wordt het spannend of we de klimaatdoelen gaan halen.” In kleinere gemeenten is de impact van bezuinigingen nog voelbaarder; denk aan het sluiten van voorzieningen zoals het zwembad of het niet kunnen bieden van de nodige jeugdzorg. Gemeenten vreesden in een gat te vallen. Het jaar 2026 – waarin de nieuwe rekenmethode zou worden ingevoerd en de gemeentelijke fondsen fors zouden dalen – werd door tegenstanders omgedoopt tot het ‘ravijnjaar’.
Afgewend of uitgesteld?
Het vooruitzicht op een ravijn creëerde grote weerstand onder gemeenten. “Het lijkt af en toe wel alsof er vanuit het Rijk wordt ingespeeld op het feit dat gemeentefinanciën geen sexy onderwerp zijn,” zegt de Zaanse wethouder Financiën Stephanie Onclin. Daarom sprak ze zich veel uit over het ravijnjaar in de media. Samen met een aantal andere gemeenten was ze zelfs bereid om een rechtszaak aan te spannen tegen de Rijksoverheid, omdat de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten voldoende financiële middelen moeten krijgen voor hun taken. “Even goede vrienden, maar laat dan de rechters zich er maar over buigen, want het is duidelijk dat wij hier niet met elkaar uitkomen.”
De ophef leek te mogen baten, want in de Voorjaarsnota van 2025 boekte de regering tot en met 2027 drie miljoen euro extra in voor gemeenten. Daarmee leek het ravijnjaar afgewend – maar is dat zo? “De rijksgelden bieden slechts tijdelijke verlichting,” antwoordt Veenman van de NVvR, “terwijl de structurele tekorten in de jaren daarna opnieuw op de begroting drukken. De financiële huishouding van gemeenten oogt op papier misschien sterk, maar blijft in de kern uiterst kwetsbaar voor nieuwe tegenvallers.”
Onclin ziet de zaak nog acuter in. “Het lijkt alsof het ravijnjaar is uitgesteld van 2026 naar 2028, maar het is eigenlijk nu al een probleem. Gemeenten doen hun best om de begrotingen met incidentele gelden en reserves sluitend te krijgen, waardoor het lijkt alsof er niet veel meer aan de hand is, terwijl in realiteit 40 procent van de gemeenten al rode cijfers inlevert. Je kan niet eindeloos maar steeds één, twee jaar vooruit begroten.”
‘Kiezers moeten kritisch naar de haalbaarheid van plannen kijken’
Ideologische discussies over bezuinigingen
Financiële krapte dwingt tot pijnlijke keuzes, volgens Veenman. In plaats van plannen en initiatieven gaan gemeentelijke discussies over bezuinigingen en extra belastingen. “Het kan leiden tot scherpere ideologische discussies over waar de laatste euro’s naartoe gaan. De ideologische strijd zal hem dan vooral zitten in: waar bezuinigen we op? En waar halen we met gemeentelijke belastingen extra inkomsten op binnen?”
Daarin stellen partijen verschillende prioriteiten, zag wethouder Guldemond. “Sommige partijen zeggen: dan doen we maar wat minder geld naar cultuur. Andere partijen zeggen: er kan ook wel wat minder geld naar inkomensondersteuning; of wat minder geld naar natuur; of wat minder geld naar mobiliteit. En dan heb je natuurlijk ook altijd de vraag in hoeverre je de belastingen kunt verhogen. Wat vinden partijen daarin acceptabel?”
Stemmen voor subsidie
Wat valt er binnen dit thema te kiezen bij de aankomende gemeenteraadsverkiezingen? “Stemmen kan in dit geval echt een verschil maken,” meent Veenman. “De financiële keuzes die voorliggen zijn concreter dan andere gemeentelijke thema’s.” Desondanks krijgt het ravijnjaar nauwelijks aandacht in de huidige verkiezingscampagne, ziet Onclin. “En dat snap ik ook wel, want je wilt natuurlijk als kandidaat liever niet de boodschap geven: als ik straks in de gemeenteraad zit, moet er waarschijnlijk zwaar bezuinigd worden. Nee, je wilt vertellen wat je allemaal wél gaat creëren en regelen voor mensen.”
Maar juist daarom moeten kiezers bij deze verkiezingscampagne kritisch naar de haalbaarheid van plannen kijken. Guldemond: “Ik denk dat het altijd goed is dat, wanneer partijen verkiezingsbeloften doen, mensen nadenken over hoe we dat dan gaan betalen. En kunnen we het ook allemaal tegelijk?” Kiezers kunnen daarvoor kijken naar financiële paragrafen en conceptbegrotingen, maar volgens Onclin kunnen kiezers meestal wel aanvoelen welke thema’s partijen het hardst zullen verdedigen tegen bezuinigingen. Zo wil de VVD geen zwaardere belastingen, wil D66 niet bezuinigen op onderwijs, en wil de SP niet korten op armoederegelingen. “Volgens mij is het goed opletten wat partijen aangeven dat hun speerpunten zijn. Dan kun je over het algemeen wel een redelijk goede voorspelling doen over waar ze uiteindelijk op zullen bezuinigen en waarop niet.”
Eindredactie door Hasse Drewes