| De afgelopen maanden vonden in veel gemeenten anti-azc-protesten plaats. In de berichtgeving daarover ging het vooral over de demonstranten en hun beweegredenen, die soms gebaseerd zijn op feitelijk onjuiste informatie. Maar hoe ervaren mensen in azc’s deze onrust? En wat vinden zij van de misvattingen over hun komst? In dit drieluik spreekt redacteur Sirma Ordanovski drie jongeren die naar Nederland vluchtten: Nour, Yusuf, en vandaag: Annie. |
Bij binnenkomst verwelkomt Annie* (27) me met een kop thee in de keuken van haar ‘unit’: een groep slaapkamers die samen de keuken en badkamer delen. Ze laat haar slaapkamer zien: een kleine kamer met twee eenpersoonsbedden. Naast de deur hangen twee schilderijen die ze zelf heeft gemaakt. Een van de bedden is nu leeg omdat haar kamergenoot net is overgeplaatst naar een andere locatie. “Maar ik kan er geen spullen op leggen, want er kan elk moment iemand anders komen.” Er staat een bureautje, waar wat sieraden, make-up, en vooral veel boeken op liggen. Ze laat me The Refugees van Viet Thanh Nguyen zien. “Ik hou van lezen. De meeste boeken liggen onder mijn bed, ze passen hier niet allemaal.”
Annie kwam vier jaar geleden naar Nederland. Ze moest haar thuisland ontvluchten omdat zij en haar familie werden bedreigd en aangevallen door een politieke partij, die inmiddels erkend wordt als een terroristische organisatie. Na een korte tijd in Ter Apel, en daarna Assen, werd ze naar het azc in Gouda overgeplaatst waar ze inmiddels tweeëneenhalf jaar woont. Ze zet zich actief in om de mensen in Gouda een realistischer beeld te geven van het leven in een azc.

“Als ik nieuwe mensen ontmoet, krijg ik vaak te horen dat ik er niet uitzie alsof ik in het azc woon. Zij denken dat het een gevaarlijke plek is. ‘Ben je wel veilig?’, vragen ze dan. ‘Jij bent anders’, zeggen ze ook wel. Ik vind dat geen compliment. Als ik dan vraag of ze weleens met iemand anders uit het azc hebben gesproken, is het antwoord nee. Hoe weten ze dan dat ik anders ben? Daarom nodig ik mensen altijd uit om langs te komen. Er zijn ook mensen die vinden dat wij maar een makkelijk leventje leiden omdat we niks doen. Maar zij begrijpen denk ik niet hoe het is om in een azc te wonen.”
Hoe is het dan wel?
“Je weet nooit wat je te wachten staat. Soms hoor je ’s ochtends dat je diezelfde avond nog naar een andere locatie wordt overgeplaatst. Bij mij is die kans kleiner omdat ik in Gouda werk heb gevonden, maar ik heb in tweeëneenhalf jaar al acht verschillende kamergenoten gehad. Je deelt je slaapkamer ook altijd met anderen. We hebben veel aan ons hoofd, en veel van ons worstelen met depressie.”
“Je leeft in veel onzekerheid: ik wacht al drie jaar en ik weet nog steeds niet of mijn asielaanvraag goedgekeurd zal worden. Dat wachten is moeilijk, want je leven staat op pauze. Als je dan binnen in je kamer zit, word je nog depressiever. Daarom is het belangrijk om naar buiten te gaan en iets te gaan doen. Ik zeg niet dat dat makkelijk is, ik vind het soms ook moeilijk, maar het helpt.”
Wat doe je dan zoal?
“Ik ben veel vrijwilligerswerk gaan doen voor de stad en op die manier heb ik veel mensen ontmoet. Ik heb bijvoorbeeld als vrijwilliger bij het Goudamuseum gewerkt, en in de keuken van een buurthuis. Als ik nu de stad inga kom ik veel mensen tegen die ik ken via het vrijwilligerswerk. En via Incluusion [het vluchtelingenprogramma van de Universiteit Utrecht, red.] volgde ik bachelorvakken. Ik heb al een master gedaan, maar dat maakte niet uit, ik wilde gewoon meer te doen hebben. Incluusion heeft mijn leven echt veranderd. De mensen die ik daar hebben leren kennen, zijn nu mijn beste vrienden. Het was ook fijn om ervaringen uit te wisselen over het asielproces en om te horen hoe het bij hen in andere azc’s was. Via het buddyprogramma konden de buddy’s (reguliere UU-studenten, red.) ook meer te weten komen over het leven van asielzoekers, dat is echt goed.”

Daar pleit jij voor, dat mensen van buiten het azc en in het azc elkaar ontmoeten. Kan je uitleggen waarom dat zo waardevol is?
Ja, voor mij is het heel belangrijk dat mensen die tegen azc’s zijn, maar ook de mensen die juist voor azc’s zijn, een keer langskomen. Als je met ons praat, onze verhalen hoort, dan begrijp je het beter. Een tijdje geleden hadden we hier een open dag. Daarvoor werd er ook een aankondiging op Facebook geplaatst. Ik had zoveel zin in die open dag, maar toen ik de reacties ging lezen, dacht ik: wat gebeurt hier? De reacties waren zo erg: ‘Waarom zou je naar die dierentuin willen?’ en dat soort dingen. Maar in het echt ontmoet ik nooit mensen die zulke dingen zeggen. Als je je mening alleen baseert op wat je op tv of op Instagram ziet, en je nog nooit iemand in het echt hebt ontmoet…”
“Daarom vind ik het goed om mensen uit te nodigen. De mensen die hier wonen, zijn gewone mensen. Ze zijn niet gevaarlijk, het zijn geen dieren, het zijn gewoon mensen die bang zijn en die veel meegemaakt hebben. De meesten hebben familieleden in hun thuisland die in gevaar zijn of zelfs doodgaan. Deze mensen denken écht niet aan ‘banen afpakken’ of ‘mensen bekeren tot hun geloof’, ze denken gewoon aan hun familie, hun problemen.”
Hoe was de open dag?
“Het was zo leuk! Er stond een springkussen, er waren eetkraampjes, er was muziek. Er kwamen veel mensen op af, ook gezinnen met jonge kinderen die hier aan het spelen waren. Dat was mooi om te zien: naast de angst en de haat zijn er dus mensen die komen kijken en hun kinderen meenemen. Het is allebei overweldigend. Er zijn ook vrijwilligers die bij het azc werken, ik heb echt veel lieve mensen ontmoet. Er is bijvoorbeeld een fitnessinstructrice die naar het azc komt en fitnessavonden voor vrouwen organiseert. Nu ben ik bevriend met haar! Ik ben trouwens wel gestopt met al die haatcomments lezen, dat deed echt veel met me.”

Wat hoop je voor de toekomst?
“Ik hoop dat er in de toekomst niemand meer in een azc hoeft te wonen. Dat de wereld vredig genoeg is dat er geen azc’s meer nodig zijn.”
En wat hoop je voor je eigen toekomst?
“Ik hoop dat ik een antwoord [van het IND, red.] krijg. Ik ben nu alleen maar aan het wachten, wachten, wachten… en het voelt alsof ik vastzit. Ik weet niet waarom het zo lang duurt. Ik wil het weten, zodat ik verder kan. Ik hoop dat mensen in de toekomst niet meer zo lang hoeven te wachten op een antwoord.”
* Vanwege haar veiligheid is Annies naam gefingeerd. Haar volledige naam is bekend bij de redactie.
Eindredactie door Tessa van den Heuvel