Hoe je als jonge schrijver debuteert: ‘Schrijven is meer dan alleen zitten en typen’

Beeld: Joey Tol

26 januari 2024, 09:00

Wat komt erbij kijken om je eigen boek te publiceren? Drie jonge auteurs spreken over hun schrijversdebuut. ‘De grootste valkuil is op de website van de uitgeverij opzoeken wat hun e-mailadres is om manuscripten naartoe te sturen.’

Auteur: Joey Tol

Leestijd:

5 Min

Het is een droom van velen. Je stapt een boekhandel binnen en wringt je ongeduldig naar de bestseller-tafel. Daar ligt het: jouw boek, met jouw naam erop. Na maanden of zelfs jaren ploeteren terwijl je jezelf opsloot op je zolderkamer – en alleen naar buiten kwam om met ongekamde haren een verse kop koffie te halen – kun je eindelijk genieten. Het is af. Voortaan zal jouw naam genoemd worden in één adem met de Groten der literatuur. Toch zijn er maar weinig jongeren die debuteren. Van de tweeëntwintig literaire romandebuten die in 2023 uitkwamen, zijn slechts vier geschreven door mensen jonger dan dertig.

“Mensen zien schrijven als een superromantisch iets en dat is het niet. Je zit echt 99 procent van de tijd in je vieze oude stinktrui achter je laptop en met je handen in het haar van, ‘ik weet het niet meer en het is allemaal kut en ik haat mezelf’,” zegt Tamar Berends (29). Ze debuteerde in 2023 met haar roman Iets warms graag, een boek waar ze drie jaar aan heeft gewerkt. Naast schrijven werkt ze op een zorgboerderij, haar droombaan. Die combinatie komt volgens haar niet veel voor: “Ik ben gewoon heel veel bezig met vieze dingen, met leven. Als ik dan met vrienden praat op een literair evenement, dan gaat het gelijk heel erg over specifieke dingen in de literatuur. Wat ik ook heel interessant vind, maar dan denk ik, ‘vanavond heb ik avonddienst en dan wordt er weer met poep gegooid’. Dat is dan mijn referentiekader. Wat dat betreft voel ik me soms niet helemaal passend in die wereld.”

Doorzettingsvermogen

Koen Bruning (23) is nog student Journalistiek & Media en heeft inmiddels al drie boeken op zijn naam staan. In het begin kwam hij voor veel dichte deuren te staan. “Toen ik een eerste script had, ben ik het gewoon overal rond gaan sturen. Ik heb denk ik minstens tien keer ‘nee’ gehoord.” Maar zijn aanhoudendheid viel op. Een columnist bij Elsevier naar wie Koen vijf e-mails stuurde, nodigde hem uit om bij uitgeverij Prometheus te komen praten. Daar wist Koen ze over te halen om zijn eerste boek te publiceren. “De dag dat ik het contract tekende was een euforische dag.”

Marte Hoogenboom (29) is eindredacteur bij OneWorld en was hiervoor twee jaar hoofdredacteur bij literair platform Hard//hoofd. Op haar negentiende kreeg ze al de kans om te debuteren. Ze werd tweede bij een schrijfwedstrijd en werd benaderd door een acquirerend redacteur van een uitgeverij. “Ik ben daar zo van in paniek geraakt. Ik dacht, dit is mijn kans. Ik moet nu een roman schrijven, en als dit mislukt, dan wil geen enkele uitgeverij me ooit meer. Maar ik had helemaal geen verhaal. Ik had een goeie pen, maar geen verhaal.” Dat debuut is er nooit gekomen. Plannen voor een toekomstig debuut wel. Tot haar opluchting blijven uitgeverijen geïnteresseerd. “Ik wil hard debuteren met iets wat mensen nog nooit eerder hebben gezien. Ik zie het voor me als een duo-debuut: een cassette met daarin twee boeken. Eentje wordt een essay-roman, met essays en verhalen, afgewisseld met artikelen en interviews. Het tweede boek wordt een liefdesnovelle.” 

Voor dat bijzondere debuut wil Marte dan ook goed de tijd nemen. “Het heeft nog een lange weg te gaan en ik heb daar heel erg vrede mee. Als ik wil dat het over vijftig jaar nog interessant is, hoeft het niet in een paar jaar af. Ik geloof heel erg in schrijven vanuit een gevoel van urgentie. Maar urgentie is niet hetzelfde als haast.” 

Als het aan Koen ligt, wordt bijna alles wat hij op papier zet een boek. Hij begint regelmatig aan een nieuw manuscript terwijl de vorige nog niet eens in de boekhandel ligt. “Als ik aan een roman ben begonnen, en het is inmiddels zo’n zesduizend woorden, dan ben ik ervan overtuigd dat het weer uitgegeven wordt.” Hij vindt het een groot privilege dat hij zoveel kan schrijven, wat hij omzet in motivatie. “Je moet een bepaalde verontwaardiging hebben over een situatie die je aanzet om iets te doen. Literatuur moet verandering bewerkstelligen. Dan geef je de ruimte voor een gesprek wat er misschien niet was geweest als je dat boek niet had uitgegeven.” 

Ruimte voor jonge schrijvers

In de literaire wereld is best nog wel plaats voor jonge mensen, vindt Tamar. “Ik gaf een lezing op een literair evenement, waar ik – echt niet overdreven – de kleindochter had kunnen zijn van iedereen in de zaal. Ze kwamen echt met een soort leger aan rollators en rolstoelen.” Ook Marte wil jonge schrijvers aansporen om te debuteren. Als redacteur ziet ze dat uitgeverijen altijd op zoek zijn naar nieuwe stemmen. “Je kunt jezelf zo in de kijker spelen bij heel veel uitgeverijen. Stuur je werk naar literaire tijdschriften. Uitgeverijen houden die goed in de gaten. Maak een website. Zet je publicaties erop. Begin een nieuwsbrief. Hou een blog bij. Stuur een keer een mooi essay in naar een krant.” Meer jonge schrijvers trekt ook meer jonge lezers aan, denkt Koen: “Er ontstaat dan literatuur die jonge mensen wel aantrekt, thema’s die hen wel aanspreekt. Dat is ook het doel van uitgeverijen, om daarin te springen, en literatuur te bieden waar mensen zich in kunnen herkennen.”

‘Schrijven is ook het laten marineren van een idee, erover praten, lezen’

Wie zelf een boek wil publiceren, moet assertief zijn, stellen de drie jonge schrijvers. Marte: “De grootste valkuil waar je in kunt stappen is op de website van de uitgeverij opzoeken wat hun e-mailadres is om manuscripten naartoe te sturen. Nee, zoek het e-mailadres uit van een redacteur. Je kunt braaf blijven wachten tot een redacteur jouw werk leest en je uitnodigt. Dat kan. Maar dan duurt het nog tien jaar. Ga naar een literair feest en spreek mensen aan.” Zo leerde Tamar haar toekomstige uitgever ook kennen. Op het Debutantenbal kreeg ze de mogelijkheid om te speeddaten met uitgeverijen. “Ik heb ze gewoon aangesproken. Er waren genoeg mensen die zeiden ‘ik ga niet daar aan tafel zitten’. Nou, ik wel! Gewoon, hup, erbij.” 

Volgens Marte is het moeilijkste aan schrijven het schrijven zelf. “Wat dat betreft ben je je eigen obstakel. Het is heel moeilijk om na een half uur waarin je geworsteld hebt en niks op papier hebt gekregen tegen jezelf te zeggen: ik heb wel geschreven. Schrijven is veel meer dan gaan zitten en typen. Het is ook het laten marineren van een idee, met mensen erover praten, lezen.” Koen: “Ik lijk heel tof te zijn met 23 jaar en dan nu drie boeken, maar er zijn zoveel deuren dicht geweest. Je moet om kunnen gaan met afwijzing en kritiek. Blijf schrijven. Blijf volhouden.” 

Eindredactie door Loïs Blank

Steun Red Pers

Je las dit artikel gratis, maar dat betekent niet dat het Red Pers niets heeft gekost. Wij bieden jonge, aspirerende journalisten een podium én begeleiding. Dat kunnen we nog beter met jouw steun. Die steun komt met twee voor de prijs van één, want onze sponsor matcht jouw donatie. Geef jij ons vijf euro? Dan ontvangen wij een tientje.

Over de auteur:

Joey Tol (1999, die/hen) studeerde neuropsychologie en bedrijfskunde en werkte voor Het Klokhuis (NTR), Bureau Buitenland (VPRO) en Medialogica (HUMAN). Hen is ambitieus verhalenverteller, of dat nou is als journalist, (fictie)schrijver of muzikant. Joey is adjunct-hoofdredacteur van Red Pers.

Lees ook:

© 2024 Stichting Red Pers – Alle rechten voorbehouden

Privacystatement

|

Cookiebeleid

|

Copyright

|

Zoeken

Nieuwsbrief

Om de week houden we je op de hoogte van wat we schreven en wat we lazen in de Red Pers-nieuwsbrief. Schrijf je nu in!