zaterdag 23 mei, 2026
De stem van de nieuwe generatie

Waarom je nieuwe spullen sneller stukgaan dan vroeger: ‘Innovatie is vaak gewoon een verkooptruc’

Kunst & Media

De mixer van je oma draait nog altijd. Die van jou gaf het na twee jaar op. Toeval? Volgens de Duitse ondernemer en schrijver Gabriel Yoran niet.

Door: Janna van de Water
Leestijd: 6 min

In zijn boek Waarom je nieuwe mixer kapot gaat en die van je oma het nog doet (2026, Atlas Contact) ontleedt Yoran aan de hand van de meest absurde voorbeelden hoe innovatie steeds vaker een verkooptruc is geworden in plaats van een daadwerkelijke verbetering. Wanneer zijn we gaan geloven dat nieuwer automatisch beter betekent en wie heeft daar belang bij? Red Pers spreekt Yoran hierover via een videoverbinding, hij schuift aan vanuit het zonnige Mallorca waar zijn partner onlangs een restaurant geopend heeft.

Zo te lezen heb je aardig wat frustraties over verschillende apparaten. Wanneer begon dat?

‘Dat begon eigenlijk al in 2014. Ik moest toen een nieuwe MacBook kopen nadat ik koffie over mijn oude had gemorst, ik was echt gefrustreerd over wat ik voorgeschoteld kreeg. Opeens had mijn laptop een rare touch bar waarbij je per ongeluk op knoppen drukte als je je vingers gewoon op het toetsenbord legde, en een superdun toetsenbord waarbij één haartje of kruimeltje het ding volledig onbruikbaar maakte. En dat is geen vreemd gebruiksscenario of zo. Mensen eten en typen en verliezen weleens een haar. Ik postte mijn frustratie op Facebook maar de reactie was toen in feite: hou op met klagen, je wordt oud. En dat geloofde ik. Ik wilde niet de boomer zijn die klaagt over vooruitgang.’

‘Jaren later kregen we een nieuwe oven met een touch-interface voor het fornuis en voelde ik dezelfde frustratie opnieuw, want waarom heb ik een inefficiënt touchscreen nodig voor een oven? Nadat ik er op Twitter over had gepost kwamen er wat meer reacties en wist ik dat ik toch niet alleen was in mijn frustraties. Nog steeds wilde ik geen boek schrijven waarin alleen maar geklaagd wordt over het feit dat alles vroeger beter was. Want wat mij door mijn onderzoek al snel duidelijk werd, is dat dingen tegelijkertijd beter én slechter worden.’

Kun je dat uitleggen? Wat wordt beter, en wat wordt slechter?

‘Er zijn productcategorieën waarin er gewoonweg geen slechte producten meer bestaan. Fotocamera’s bijvoorbeeld. En druppende kranen waren vroeger een veel voorkomend probleem; ook dat is opgelost. Al moet ik zeggen: de kraan hier in Mallorca drupt nog steeds, maar dat terzijde. In sommige categorieën gaat het dus echt goed. Maar in andere categorieën is er een innovatiedruk die bedrijven ertoe aanzet op een volstrekt onnodige manier te innoveren en consumenten vooral te lokken met het idee van innovatie. Mensen zijn daarin bovendien makkelijker te misleiden door het online shoppen. Producten zijn vandaag de dag ontworpen om er goed en innovatief uit te zien op een scherm.’

Gaat dit niet in tegen de belofte van het kapitalisme? Dat concurrentie leidt tot innovatie en innovatie tot betere producten?

‘Er zit een categorisch probleem in die belofte, omdat een product dat goed is voor de fabrikant slecht kan zijn voor de klant. De belangen van fabrikant en consument zitten simpelweg niet op één lijn. Bovendien zijn de meeste mensen niet genoeg geïnteresseerd in het product zelf. Het is niet onze taak om het onderscheid te maken tussen goede en slechte producten en we hebben helemaal geen zin om daar onderzoek naar te doen. Een nieuwe wasmachine koop je bijvoorbeeld omdat je oude het begaf, de was zich opstapelt en je het nu opgelost wil hebben. En dus kijk je naar de gemiddelde beoordeling, herken je een merknaam en vind je het allemaal wel prima. De consument heeft een zwakke positie, omdat we niet van alles wat we willen kopen specialist kunnen zijn.’

Dat herken ik wel. Ik heb helemaal geen zin om me in te lezen in de werking van mixers als ik met een paar klikken er morgen één thuisbezorgd kan krijgen. Is mijn generatie als consument niet gewoon ongelooflijk ongeduldig geworden?

‘Niet per se. Je moet je aandacht nu eenmaal zorgvuldig verdelen. Je bent niet op deze wereld om mixers te kopen. Mijn moeder is bijvoorbeeld geboren in 1941. Haar aandachtsspanne bij het kopen van een mixer is ook nul, niet omdat ze op TikTok zit maar omdat ze gewoon geen interesse heeft in de werking van mixers. Het verschil is alleen dat het destijds nog niet zo’n groot probleem was, omdat merken in de jaren zeventig en tachtig nog iets betekenden. Als je iets van een bepaald merk kocht, verwachtte je betrouwbaarheid en service op lange termijn. Dat idee zien we nu dus verdwijnen.’

Maar hoe zorg ik er dan voor dat ik tóch een goede mixer koop?

‘Een duidelijke red flag zijn in ieder geval die onnodige technische snufjes. Zeker in het geval van een mixer; er valt simpelweg niet zo veel aan een mixer te innoveren. Als je kijkt naar merken die zich richten op de professionele gebruiker, zit je ook goed. Keukenapparatuur voor professionals is vaak wel betrouwbaar en heeft bovendien al decennialang hetzelfde ontwerp, dat is een goed teken. Maar dan kijk je vaak wel naar een groter prijskaartje.’

Zelf ben je ook ondernemer. Je weet dus wat het is om aan de andere kant van dit verhaal te staan.

Ja, dat was eerlijk gezegd ook verschrikkelijk. Toen ik software verkocht (dat ging destijds nog in dozen) ontdekten we bijvoorbeeld dat mensen de kwaliteit van onze software beoordeelden aan de hand van het gewicht van de doos. Dat was een flinke klap voor mijn vertrouwen in de consument. Tegelijkertijd hadden we ons bedrijf en wilden we ons product natuurlijk wel verkopen. Dus speelden we maar op die absurde criteria in, door bijvoorbeeld een notitieblok in een softwaredoos te stoppen puur en alleen om gewicht toe te voegen. De manier waarop mensen kwaliteit beoordelen is zo losjes verbonden met de werkelijke kwaliteit, dat je als producent dus gekke dingen doet. We kunnen tegelijkertijd niet verwachten dat consumenten hier beter in worden, dat is niet hun taak. De enige manier om het op te lossen is aan de kant van de fabrikant, waar de kennis van het product zit.’

Hoe krijgen we fabrikanten dan zo ver om wel goede dingen te produceren?

‘Er zijn te veel economische prikkels voor fabrikanten om slechter spul te verkopen. Realistisch gezien is de enige oplossing: regulering. We krijgen alleen betere producten met betere regelgeving. Een andere oplossing zie ik in lease constructies waarbij je bijvoorbeeld maandelijks een bedrag betaalt voor een werkende wasmachine. Zo wordt de prikkel voor fabrikanten om een wasmachine langer draaiende te houden een stuk groter.’

Eindredactie door Hasse Drewes

Steun Red Pers

Je las dit artikel gratis, maar dat betekent niet dat het Red Pers niets heeft gekost. Wij bieden jonge, aspirerende journalisten een podium én begeleiding. Dat kunnen we nog beter met jouw steun. Die steun komt met twee voor de prijs van één, want onze sponsor matcht jouw donatie. Geef jij ons vijf euro? Dan ontvangen wij een tientje.

Over de auteur:

Janna van de Water (1996, zij/haar) is researcher en redacteur. Ze houdt van verhalen die de complexiteit van de wereld terugbrengen tot het menselijke. Als redacteur Economie zoekt ze dan ook naar de verhalen achter de cijfers, en naar wat data niet kan vertellen.

Lees meer van Janna van de Water