“Ik ben opgegroeid als een Israëlische jongen als zovelen, een nakomeling van een Holocaustoverlevende”, vertelt Alon. Vanaf jonge leeftijd had hij twee dromen. “De Holocaust en het idee van ‘Never Again’ betekenden voor mij dat ik moest dienen in het leger.” Zijn vader, die vocht in de Jom Kipoeroorlog, gold voor Alon als voorbeeld. “Ik wilde in zijn voetsporen treden. Tegelijkertijd wist ik vanaf jonge leeftijd dat ik kunstenaar was.”
“Tijdens de Eerste Palestijnse Intifada in 1987 werd ik als soldaat ingezet tegen de opstand.” Er ontstond een tweestrijd in Alon. “Aan de ene kant dacht ik dat ik op deze manier het thuisland voor Joodse mensen zou beschermen. Aan de andere kant zag ik de onderdrukking met eigen ogen.” Toch meldde Alon zich vrijwillig aan voor een extra jaar in het leger en werd officier.
Dienstplichtige acteur
Toen Alon zijn dienstplicht had vervuld begon hij zijn droom na te leven om theateracteur te worden. In Israël moeten reservisten jaarlijks een maand terugkeren naar het leger. “Elf maanden per jaar was ik inwoner van een democratische staat, was ik een kunstenaar, geloofde ik in vrede, en zag ik mijzelf als vredesactivist. Die andere maand was ik een officier van het militaire dictatorschap dat de West Bank en Gaza bezette.” Alon bereikte tijdens de Tweede Palestijnse Intifada in 2001 een punt waarna hij niet verder kon als reservist. De Palestijnse dorpen begonnen op gevangenissen te lijken.”
“Ik begon te begrijpen dat mijn overheid tegen mij liegt”, legt Alon uit. “Israël accepteert dat het altijd een bezetter van Palestijns gebied zal zijn. Ik zag in dat er geen enkele manier is om een goede bezetter te zijn.” Alon weigerde zijn reservistendienst in de bezette gebieden en sloot zich in 2002 aan bij de petitie Courage to Refuse. “We probeerden de Israëlische samenleving ervan te overtuigen dat de bezetting verkeerd was. Het werd een enorm internationaal schandaal in de media. Alon bracht als gevolg enkele weken in de gevangenis door.
Oprichting Combatants for Peace
Rond 2004 ontmoette Alon een Palestijnse groep op de West Bank die opriep tot geweldloos verzet. Uit deze ontmoeting ontstond Combatants for Peace. “Aan de ene kant zijn we een groep gebaseerd op dialoog, verzoening en vredesopbouw. Aan de andere kant verzetten we ons tegen de bezetting en de apartheid via demonstraties en directe acties.” Zo plant de organisatie bijvoorbeeld bomen, organiseren ze gezamenlijke olijfoogsten of herbouwen ze huizen. “Onze activisten vechten tegen de onderdrukking door geweldloze, burgerlijke ongehoorzaamheid.”
Ik zag in dat er geen enkele manier is om een goede bezetter te zijn
Alon vertelt dat het heel onnatuurlijk voelde om voor het eerst een Palestijn te ontmoeten. “In het begin was ik bang om naar de West Bank te gaan zonder wapen. Het voelde alsof mijn identiteit veranderde. Toen ik me aansloot bij de Refusenik-beweging, keerden familieleden en vrienden zich tegen mij. Sommigen noemden me een verrader die de geschiedenis van de Holocaust verloochende.” De moeilijkste gesprekken die Alon moest voeren waren met zichzelf. “Ik vroeg me af of ik mijn grootouders bedroog, of dat ik zwak was omdat ik mijn leven niet langer op het spel wilde zetten. De samenwerking met Palestijnse partners gaf mij uiteindelijk een nieuw gevoel van loyaliteit en erkenning.”
Theater als wapen
Naast dialoog gebruikt Combatants for Peace theater als wapen tegen bezetting en onderdrukking. Alon combineert zijn passie voor theater met de strijd voor langdurige vrede. “Theater is een geweldloos wapen. Het is kunst, activisme en therapie tegelijkertijd. Als we het eenzijdige geweld van het Israëlische leger willen blootleggen of soldaten willen overtuigen dat wat ze doen onjuist is, dan gebruiken we theater en beelden.” Alon legt uit dat door het gebruik van theater soldaten niet direct worden geconfronteerd met geweld. “Er komt geen gevaar of geweld bij kijken, waardoor ze een kans krijgen om de situatie te heroverwegen.”
Geen pro-Israël of pro-Palestina
Op 7 oktober 2023 werd Alon geconfronteerd met zijn diepste overtuigingen. “Toen ik de eerste beelden van het bloedbad zag verschijnen wilde ik wraak”, geeft Alon toe. “Het is makkelijk om te geloven in liefde en vrede als je leven makkelijk is. Het is moeilijk om erin te geloven wanneer je partners behoren tot de groep die jij als vijand ziet. Dat is wanneer je inzet op de proef wordt gesteld. Door de jaren heen hebben we geleerd dat samen zijn en met elkaar in gesprek gaan het beste middel is tegen de ontmenselijking en demonisering van de ‘ander’.”
Alon verzet zich tegen wat hij een zero-sum game noemt. “Voor mij is er geen pro-Palestina of pro-Israël. Er is alleen pro-gerechtigheid, pro-vrede en pro-gelijke rechten. Als we elkaar niet zien verval ik terug in het narratief ‘alle Palestijnen zijn mijn vijand’, maar als we elkaar blijven ontmoeten besef ik dat dat niet waar is. Als ik voelde dat ik wraak wilde, belde ik mijn Palestijnse partners.”
Alon heeft soms moeite met het inbeelden van een vredige toekomst. “Je moet onmenselijk zijn om geen hoop te verliezen als dit de realiteit is. Aan de andere kant is het te makkelijk om te zeggen: ik kan niks doen, ik kan niks veranderen.” Of geweldloosheid altijd het antwoord is? “Voor mij, voor ons binnen Combatants for Peace, is geweldloosheid niet alleen het tegenovergestelde van geweld. Het is kunst, het is creativiteit en het is verbeelding. De menselijke capaciteit van verbeelding geeft mij hoop.”
Eindredactie door Eke Dros