De geur van de Oosterse keuken waait uit een Arabische winkel, bij een café zitten studenten met koffie en Groningse koek, en Tibetaanse vlaggetjes wapperen tegen een voorgevel. De Folkingestraat, die de Groningse vismarkt met het Zuiderdiep verbindt, zit vol eigenzinnige, kleine ondernemingen. Door de afwezigheid van flitsende reclameborden heerst hier rust. Slenterende studenten, groepjes toeristen en gezinnen met kinderwagens kijken nieuwsgierig naar de winkels die ze passeren. Toch staan straten als deze onder druk: door de dreiging van grote ketens hebben zelfstandige ondernemers het zwaar in de Groningse binnenstad.
Folkinge 14
Aan het eind van de straat bevindt zich de Folkinge 14, een koffiezaak vol verzamelitems uit de Groningse geschiedenis: oude reclameborden, miniatuurversies van de martinitoren, schilderijtjes, en modelschepen. “Een straatje als deze trekt veel mensen. En waar mensen zijn, daar kan verkocht worden,” vertelt eigenaar John Meijer (52). Hij maakt zich zorgen over de groeiende aanwezigheid van grote ketens in de stad. Steeds wanneer in de Folkingestraat een pand leegstaat, zegt hij, is er onmiddellijk een franchise die daar een nieuw filiaal wil openen. Door hun grotere startkapitaal en langere huurcontracten die ze kunnen afsluiten, verkiezen pandeigenaren al snel een groot bedrijf boven kleine ondernemers. “Uiteindelijk worden de huurprijzen zo hoog dat zelfstandig ondernemers helemaal geen kans meer maken.”
Johns gevoel blijkt ook uit een rapport van Platform 31, een kennisinstituut voor stedelijke ontwikkeling, waaruit blijkt dat tussen 1984 en 2011 het aantal ketens in het centrum van grote steden gestegen is van 40 naar 78 procent. Lokale ondernemers kunnen maar moeilijk concurreren met grote winkelketens, die strooien met hoge kortingen. Het Institute for Local Self-Reliance, een Amerikaanse denktank die zich inzet voor lokale economische macht en tegen grote bedrijfsmonopolies, laat zien hoe dit werkt. De lage prijzen lokken veel klanten, waardoor het bij lokale ondernemers steeds stiller wordt. Deze missen het kapitaal om mee te stunten, waardoor ze uiteindelijk failliet gaan. De lage prijzen waar de klanten voor kwamen blijken tijdelijk: zodra de concurrentie verdwenen is, schroeft de keten de prijzen op.
Menselijkheid voorop
Johns café staat haaks op anonieme ketens door het warme, huislijke gevoel dat hij wil creëren. “Iedereen is welkom zo lang te blijven als ze willen; hier mag alles en moet niks.” Voor John is er niks mooier dan mensen te zien rondneuzen door zijn dierbare verzameling oud-Groningse spullen en een bakje koffie met hen te drinken. Menselijkheid staat voorop. Tot voorkort had John een drukbezochte kroeg aan het Gedempte Zuiderdiep – een straat bekend om zijn bruine kroegen en eettentjes – maar ondanks de goede zaken is hij hiermee gestopt. “Als je het druk hebt, ben je met de zaken bezig, terwijl ik hier de ruimte heb om me op de mensen te focussen. Dat is veel leuker.”



Een bezoeker beaamt dat “de Folkingestraat persoonlijker en gemoedelijker is dan de rest van de stad. Je hebt hier meer contact en dat is leuk.” Volgens journalist en stadsactivist Jane Jacobs in haar boek The Death and Life of Great American Cities komt dit doordat lokale winkels, in tegenstelling tot grote ketens, sociale binding bevorderen. Een praatje bij de bakker of het zien van een bekend gezicht bij de kaasboer zorgt voor gemeenschapsgevoel. In grote filialen gebeurt dit niet, omdat ze te afstandelijk en anoniem zijn.
Diversiteit en sfeer is dan ook wat bezoekers het meest waarderen aan winkelgebieden, blijkt uit onderzoek van de gemeente Groningen. Straten als de Folkingestraat dragen hier meer aan bij dan bijvoorbeeld de naastliggende Herestraat, waar de H&M, Zara, Hema en de McDonald’s te vinden zijn.
Samen sterk
“Het zou doodzonde zijn als ketens de stad opslokken,” zegt John. “Op die manier kan een bloeiende stad als Groningen haar eigenzinnigheid volledig verliezen.” Want waar het unieke karakter van een lokale winkel plaats moet maken voor een algemenere keten, worden steden inwisselbaar. “We moeten ervoor waken dat de kleine ondernemingen niet uit de stad verdwijnen.”
John ziet hoe meerdere ondernemers in de Folkingestraat moeite hebben het hoofd boven water te houden en probeert ze daarom met elkaar te verbinden. Hij heeft onlangs de eerste gezamenlijke ontbijtsessie georganiseerd waar ondernemers kennis uitwisselen en elkaar ondersteunen. “Het probleem is dat nu alleen de ondernemers opdagen waarmee het goed gaat, terwijl juist degenen die de steun nodig hebben wegblijven.” Volgens John komt dat doordat er een stukje schaamte komt kijken bij het “falen” van je onderneming. “Als het niet goed gaat met je zaak, laat je dat niet snel merken.” In de toekomst hoopt hij ook hen te betrekken. Alléén kunnen ze moeilijk opboksen tegen machtige ketens, maar samen vergroten ze hun kansen.
Groningen City Club
Ook de gemeente Groningen zet in op de lokale ondernemer, vertelt Nynke Kloosterman, centrummanager en projectleider van de Groningen City Club, een vereniging die ondernemers vertegenwoordigt. “Wij hebben een vast aanspreekpunt bij de gemeente en ontvangen subsidies voor bijvoorbeeld gratis trainingen van de Ondernemers Academy. Daarbij worden ondernemers de laatste jaren ook steeds vaker meegenomen in plannen.”
‘Groningen bloeit, en moet blijven bloeien’
Volgens Kloosterman is dit een goed begin, maar zijn we er nog niet. “In Groningen wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de binnenstad, maar dit is allemaal lange termijnplanning,” zegt ze. Beleid maken kost jaren, maar lokale ondernemingen hebben nu hulp nodig. “Daarom is het essentieel dat we gezamenlijk kijken naar wat de impact is voor de ondernemer in de tussentijd.” Volgens Kloosterman is een goede samenwerking tussen vastgoed en gemeente de sleutel tot behoud van straten als de Folkingestraat.
Toch is de huidige steun volgens John niet genoeg. Daarom is hij actief geworden binnen de Groningse Stadspartij, waar hij pleit voor behoud van cultuur en sociale binding in zijn stad. Iets waar een plek als de Folkingestraat essentieel voor is. John wil harde maatregelen nemen tegen de opkomst van grote ketens, zodat de stad haar cultuur, unieke karakter en gemeenschapsgevoel blijft behouden: “Groningen bloeit, en moet blijven bloeien.”
Eindredactie door Wouter Geerts