Drie witbeklede, meterslange tafels staan gedekt klaar wanneer een stuk of zestig studenten de zaal van de Studentenunie binnendrommen. De meesten zijn gehuld in kleurrijke overalls, vol emblemen en met de mouwen rond de middel geknoopt. Wanneer iedereen zit, staan de organisatoren op. Er volgen instructies: tijdens het diner mag iedereen opstaan voor een toespraak, waarvoor alle gesprekken moeten worden gestaakt. De opgestane persoon krijgt wat vragen, die variëren van ‘Wat is je naam?’ en ‘Waar kom je vandaan?’ tot ‘Wat is je favoriete metrostation?’. Daarna mag de spreker een lied uit de liederenbundel aanvragen, die vervolgens door iedereen met de nodige hartstocht wordt gezongen.
Culturele uitwisseling
“Een sitsit is een soort dinerfeest met een meergangenmenu en vooral veel gezang, dat meestal begint met hetzelfde liedje Helan går,” vertelt Wart van Wuijckhuijse (27), de Nederlandse voorzitter van de Organisation of International Social Scientists (CISSI). Wart komt uit Vianen en studeerde eerder in Tilburg, Eindhoven en Amsterdam. In de hoofdstad kreeg die een relatie met een Finse medestudente en ontmoette die veel Finse vrienden bij de Nederlandse Amsterdam Finnish Student Association (AFSA). Nu volgt Wart de master Social Data Science aan de Universiteit van Helsinki, waarnaast die als bestuur van CISSI internationale studenten kennis laat maken met Finse studententradities.
De stemmen klinken nog wat voorzichtig wanneer de avond inderdaad wordt afgestoken met Helan går, een populaire ‘snapsvisa’ (‘schnapswijsje’) waarvan de titel vrij vertaald neerkomt op ‘daar gaat ‘ie’ of ‘bottoms up’. De tweede herhaling van het refrein klinkt al zelfverzekerder. Na afloop van elk lied is het etiquette om te proosten met de persoon links tegenover je, rechts tegenover je en ten slotte met degene recht voor je. Dan hervat de kakofonie van geklets weer.
De Finse studentencultuur hecht waarde aan een gevoel van gemeenschap
Bonte studentenoveralls
Wart merkt dat de Finse studentencultuur traditioneel waarde hecht aan het uitdrukken van ‘een soort samenschap’ of ‘in hetzelfde bootje’ zitten. Dit gevoel van gemeenschap wordt gesymboliseerd door de overalls, die origineel afkomstig zijn uit de technische studies. “Denk aan een automonteur – zo’n soort overall is het. Met een hamerring, zodat je je hamer erin zou kunnen meedragen.” Tegenwoordig dragen studenten van alle faculteiten de overalls, waarbij de kleur symbool staat voor de opleiding en onderwijsinstelling. “Het idee is dat je naar evenementen gaat en patches verzamelt, die je op je overalls naait. Zo krijg je een hele collectie van verschillende dingen waar je naartoe bent geweest. Het maakt het makkelijk om een gesprek te beginnen, want je kan gewoon op iemand aflopen en vragen: waar kom jij vandaan? Want je ziet duidelijk dat iemand ergens anders heeft gestudeerd.”
Bij deze sitsit zijn de meeste overalls rood, de kleur van de sociale wetenschappen. Maar ook andere opleidingen springen eruit in het geel of turquoise, en een paar Erasmus-uitwisselingsstudenten lopen rond in het paars. Vrienden kunnen een mouw of broekspijp uitwisselen, wat unieke combinaties oplevert. Warts overall is zwart met een oranje zak: de kleuren van de vereniging AFSA in Amsterdam. “Oranje als hint naar Nederland en zwart zodat het niet het meest rare is om in Amsterdamse clubs mee binnen te komen,” lacht die.
‘Het is hier niet belangrijk wie wat voor rol heeft’
Cantus of sitsit?
In ruim anderhalf jaar ervaarde Wart op een aantal vlakken duidelijke verschillen tussen de Nederlandse en Finse studentencultuur; verschillen die de landen ook in breder opzicht karakteriseren. “Ik zou zeggen dat de Nederlandse studentencultuur meer individualistisch is. Het hebben van een studentenvereniging voelt meer als een soort grote vriendengroep. Hier voelt het meer als onderdeel zijn van een studentenvereniging, waaronder zich dan de vriendengroepen vormen.” Ondanks het gevoel van georganiseerdheid bij evenementen, ziet Wart in Finse verenigingen minder hiërarchie. “Het is hier niet heel belangrijk wie wat voor rol heeft, en in wat ik heb ervaren van Nederlandse studentenverenigingen was het erg belangrijk wat voor status je hebt.”
Daarnaast dragen de naam en het lidmaatschap van specifieke studentenverenigingen in Helsinki minder sociale betekenis dan in Nederlandse studentensteden, merkt Wart. “Ik denk dat het in de Nederlandse studentencultuur belangrijker voelt om te laten zien wat je kleur is, waar je bij hoort, terwijl we hier bij CISSI soms mensen [niet-leden die evenementen bijwonen, red.] moeten smeken om zich alsjeblieft in te schrijven, zodat we meer geld kunnen krijgen van de studentenvakbond. Dat laat denk ik ook zien dat de drempel om bij een evenement in te stappen hier lager is.”
Op veel vlakken vertonen Nederlandse en Finse studenten echter ook overeenkomsten. Tegen het einde van de sitsit staat Wart op om een lied aan te vragen. Maar eerst stelt die de vraag wie van de aanwezigen ooit in Nederland heeft gestudeerd. Een half dozijn handen schiet omhoog. “And who knows what a ‘cantus’ is?” Een paar mensen joelen. “Ja, tijdens de sitsit vergeleek ik de cantus en de sitsit,” vertelt Wart later. Want? “Het is zingen en drinken,” antwoordt Wart simpelweg. “Als je een feest in Nederland en een feest in Finland zou meemaken, dan zou je niet per se de grootste verschillen zien. Maar ik denk dat de onderliggende verschillen – en waar die vandaan komen – subtiel, maar toch best groot zijn.”
Eindredactie door Hasse Drewes