woensdag 22 april, 2026
De stem van de nieuwe generatie

Kunstgalerie Fanny Freytag biedt springplank voor jong talent

Beeld: Jarie Smeding
Kunst & Media

Kunst in een hoge oplaag verkopen zodat het betaalbaar blijft, de deuren wagenwijd openzetten en voorbijgangers uitnodigen voor een kop koffie. Galeriedirecteur Nina Harzallah-Winterink (24) verlaagt de drempel voor jonge kunstenaars en kopers.

Door: Liselot Hagendoorn
Leestijd: 5 min

Tussen de drukte van ART Rotterdam 2026, de belangrijkste kunstbeurs voor hedendaagse kunst in Nederland, vind je Gallery van Fanny Freytag. Deze jonge Amsterdamse galerie praktiseert op kleinere schaal waar ART Rotterdam voor staat: onontdekte kunstenaars een springplank geven. Redacteur Liselot Hagendoorn spreekt medeoprichter en galeriedirecteur Nina Harzallah-Winterink (24) over hoe ze in de – soms pretentieuze – kunstwereld een laagdrempelige plek biedt aan zowel de jonge kunstenaar als jonge koper.

Hoe ben jij op het idee van de galerie gekomen? 

“Tijdens mijn studie rechten werkte ik in een café met Ruben Bunder. Hij is samen met Meier Boersma oprichter van de galerie Vriend van Bavink. Ze zijn destijds begonnen in een pand met lage huur, wat vrienden die kunst maakten, en hun eigen liefde voor de kunsten. Het werd een laagdrempelige plek voor jong talent. Ondertussen waren ze uitgegroeid tot een plek voor gevestigde namen. Toen ik hoorde van zijn galerie was ik meteen enthousiast. Ik mocht een handje helpen en ben blijven hangen. De mensen die ik daar ontmoette waren vrijdenkend, en konden hun geld al verdienen met [kunst] maken. Maar voor de beginnende kunstenaars is het lastig om binnen te komen bij een galerie. Ze zijn net afgestudeerd, of hebben de kans nog niet gekregen om hun werk te laten zien. Doordat de makers geen naamsbekendheid hebben, zijn gevestigde galeries vaak huiverig. Weer een plek maken voor dit nieuwe talent was onze main focus. Ongeveer twee jaar later in 2023, ik was inmiddels gestopt met mijn studie, kwam er een vrije ruimte op het pad van Ruben en Meier. Ze zijn toen met mij en mijn collega Len Rooth in gesprek gegaan over een tweede galerie. Een plek voor beginnende kunstenaars.”

Wat heb je graag in je galerie hangen?  

“Wij, bij Fanny, proberen kunstenaars te steunen die zich nog willen ontwikkelen in hun maakproces. Die niet bang zijn om dingen uit te proberen. Ikzelf vind het tof als iemand een eigen craft heeft met een interessant maakproces of materiaal. Wij werken nu bijvoorbeeld met Romina Koopman. Zij heeft een bijzondere techniek waarbij haar zeefdrukken op oude computerschermen veranderen van gekleurd naar zwart-wit wanneer je erlangs loopt.”

En hoe komen jullie dan in contact met de kunstenaars?  

“We gaan veelal zelf op zoek. Wij houden de graduation shows in de gaten, waar het afstudeerwerk van studenten aan de kunstacademies wordt tentoongesteld. Hier zijn de kunstenaars vaak aanwezig. Zo komen wij met het werk en henzelf in aanraking. We gaan ook naar beurzen zoals UnFair en This Art Fair in Amsterdam, waar kunstenaars hun werk presenteren en verkopen. Soms komen ze via via op ons pad of zien wij werk bij andere galeries waar wij enthousiast van worden. Dan vragen we of wij het werk ook mogen laten zien. Uiteindelijk gaat het erom of wij een klik voelen met de kunstenaar en het werk.”

Ik heb een intimiderend beeld van galeries. Alsof bij de deur wordt gecontroleerd of je wel genoeg weet van kunst. Hierdoor voel ik een drempel om naar binnen te gaan, alsof ik te jong en onwetend zou zijn? Hoe maken jullie Fanny wél uitnodigend, ook voor jonge liefhebbers?  

“Ja, dat is best een probleem. Ik herken dit gevoel en merk dat er galeries zijn waar je niet eens aangekeken wordt als je er niet uitziet als iemand die kan kopen. Daar zijn wij anders in. Zo kunnen de grote deuren van de galerie open en nodigen we voorbijgangers graag uit voor een kop koffie of thee. Wij zijn enthousiast over onze kunstenaars en staan achter wat wij tentoonstellen. Dus dat willen we verkondigen. We zien en horen dat terug; onze bezoekers voelen zich welkom in onze galerie en vooral bij openingen is er veel jong publiek. We doen ons best om laagdrempelig te zijn.”

Dit jonge publiek, kopen zij ook weleens iets? 

“Ja, maar ondanks dat wij beginnende makers laten zien, zijn de prijzen hoog. Kunst is duur, zo is het nu eenmaal. Wij proberen op de meeste exposities ook werk te laten zien dat minder kost. Dit is vaak kunst die in een hogere oplage te koop is, zoals een zeefdruk. We hebben nu een werk van 75 euro. Het is een klein, echt zilveren werkje. Dan heb je wel een kunstwerk, maar betaal je daar geen duizenden euro’s voor.”

Stel dat jullie groeien, net als Bavink deed, hoe blijven jullie jonge kunstenaars aantrekken? 

“Wij vinden het belangrijk dat het naast elkaar kan blijven bestaan. Dat onze kunstenaars over tien jaar met ons mee zijn gegroeid, maar dat wij ook ruimte blijven maken voor jong talent. Dat is wat wij belangrijk vinden en wat wij in de huidige kunstwereld missen.” 

Eindredactie door Maria Groot

Steun Red Pers

Je las dit artikel gratis, maar dat betekent niet dat het Red Pers niets heeft gekost. Wij bieden jonge, aspirerende journalisten een podium én begeleiding. Dat kunnen we nog beter met jouw steun. Die steun komt met twee voor de prijs van één, want onze sponsor matcht jouw donatie. Geef jij ons vijf euro? Dan ontvangen wij een tientje.

Over de auteur:

Liselot Hagendoorn (2002, zij/haar) is masterstudent International and European Law aan de Universiteit van Amsterdam, met een focus op European Competition Law. Ze heeft een fascinatie voor creativiteit en culturele expressie. Als redacteur Kunst & Cultuur probeert ze te laten zien hoe Nederlandse en buitenlandse kunstenaars de samenleving verrijken, en hoe persoonlijke creativiteit en beleving een spiegel vormen van bredere culturele trends.

Lees meer van Liselot Hagendoorn