woensdag 18 februari, 2026
Podium voor de Journalistiek

Klopjacht of terughoudendheid? Hoe Nederland omgaat met mensen zonder verblijfsstatus

Beeld: Anouk van Esch
Binnenland

De harde aanpak van de Amerikaanse migratiedienst ICE wekte wereldwijd woede op. Hoe is de migratiehandhaving in Nederland georganiseerd? Red Pers zocht uit welke instanties daarbij betrokken zijn en hoe ver hun bevoegdheden in de praktijk reiken.

Door: Lukas Snijders
Leestijd: 6 min

Eén miljoen per jaar. Zoveel mensen beloofde President Trump ieder jaar te deporteren als de Amerikaanse kiezer hem nogmaals het Witte Huis in zou stemmen. Dat gebeurde, dus werd de Immigration and Customs Enforcement (ICE) enorm uitgebreid. En niet zonder gevolgen: de gewelddadige optredens van ICE in Minneapolis leidden begin dit jaar tot veel woede en bezorgdheid. Het doodschieten van Renée Good en Alex Pretti en de arrestatie van de vijfjarige, blauw gemutste Liam zorgden voor grootschalige protesten. 

Ook in Nederland was de verontwaardiging groot. De klopjachten op ongedocumenteerden in de VS roepen vragen op over de situatie hier. Hoe werkt het oppakken van mensen zonder verblijfsstatus in Nederland, en hoe ver kan onze overheid gaan in het opsporen van deze mensen? 

‘Asielketenpartners’

Het oppakken en uitzetten van ongedocumenteerden is in Nederland niet uitbesteed aan één dienst. Wie zonder verblijfsvergunning in Nederland verblijft, moet in de regel worden uitgezet door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV). De dienst zette vorig jaar 7360 mensen uit, met ondersteuning van de Koninklijke Marechaussee bij personen die tot het laatste moment niet meewerkten aan hun uitzetting. De DTenV heeft zelf geen rol in het identificeren, opsporen of arresteren van ongedocumenteerden. Verschillende andere diensten (de ‘asielketenpartners’) dragen deze mensen bij hen aan: de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Nationale Politie, de Koninklijke Marechaussee (KMar) en de Havenpolitie.

Vorig jaar belandden er 20.880 nieuwe dossiers van mensen zonder verblijfsstatus op het bureau van de DTenV. Van deze mensen was het grootste gedeelte, bijna 13.000, afkomstig vanuit de IND. “Dat zijn voornamelijk afgewezen asielzoekers, die zich vaak nog in een asielzoekerscentrum bevinden”, vertelt Laura Cleton, universitair docent politieke sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is gespecialiseerd in Europees deportatiebeleid. “Zodra hun aanvraag in eerste aanleg is afgewezen, gaat de DTenV al met hen in gesprek om de procedure van vrijwillige of gedwongen terugkeer uit te leggen.” Naast asielzoekers behoren tot deze groep bijvoorbeeld studenten of toeristen wiens visum is verlopen.

Naast deze groep komen ruim 3.500 mensen bij de DTenV terecht doordat ze zijn gearresteerd. Drie diensten hebben daar bevoegdheid voor. De Koninklijke Marechaussee kan ongedocumenteerden arresteren aan de grens en op Schiphol; de Havenpolitie doet hetzelfde in de haven van Rotterdam. Als laatste kunnen mensen door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) worden aangedragen. AVIM is de tak van de Nationale Politie die toezicht houdt op vreemdelingen in Nederland. Daarbij kunnen ze maatregelen opleggen aan mensen zonder verblijfsstatus, zoals een meldplicht tot het moment van vertrek. “En in principe zijn zij dus ook bevoegd om opsporing en vormen van handhaving te doen”, stelt Cleton, “waarbij ze personen kunnen aantreffen die geen verblijfsrecht in Nederland hebben en dus uitgezet kunnen worden.” 

Jacht

In principe, benadrukt ze. Van actieve opsporing van mensen zonder verblijfsstatus is in Nederland op dit moment geen sprake. “In de praktijk gaat het vooral om situaties waarin iemand de wet overtreedt, waarop de politie om identificatie vraagt. Kan iemand dat niet geven, dan stromen deze mensen via de AVIM binnen bij de DTenV.” Doelgericht ongedocumenteerden opsporen is bij ‘redelijk vermoeden van illegaal verblijf’ juridisch gezien toegestaan, maar in de praktijk gebeurt het niet: het hoort niet bij de taakstelling van AVIM. ““En ze kloppen op dit moment dus niet ongericht aan bij huizen met het vermoeden dat er iemand woont zonder papieren, met het doel diegene op te pakken.” 

Dat we geen grootschalige arrestaties zien van ongedocumenteerden in Nederland, heeft meer redenen. Volgens een woordvoerder van het Ministerie van Asiel en Migratie wordt handhaving op straat vooral uitgevoerd door de reguliere politie, die al jaren met capaciteitsproblemen kampt. De prioriteiten liggen daarom bij ‘overlastgevend gedrag door illegale vreemdelingen’, niet bij het opsporen van ongedocumenteerden die niets verkeerd doen. In die prioriteitstelling speelt volgens Cleton ook een ander risico. “Mensen zonder papieren gaan ook gewoon naar hun werk en zijn onderdeel van gemeenschappen. Ongerichte opsporingsacties kunnen daardoor voor grote maatschappelijke onrust zorgen, zoals in de Verenigde Staten te zien is.” Mede daardoor is er nooit een actieve ‘jacht’ gemaakt op ongedocumenteerden in Nederland. 

‘Ik ben agent geworden om de straat veiliger te maken, niet om mensen zonder verblijfsrecht te vangen’

Tegelijk lijkt het daarmee niet ondenkbaar: prioriteiten kunnen verlegd worden en capaciteitsproblemen zijn op te lossen. Zo waarschuwden hulporganisaties maandag dat nieuwe EU-regels huiszoekingen gemakkelijker dreigen te maken. Wat gaat voorkomen dat opsporingsacties uit de hand lopen? Volgens Mieke Kox, universitair docent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, moeten we van de juridische waarborgen niet te veel verwachten. Politiediensten mogen bijvoorbeeld al op anonieme tips afgaan. “De politie kan eigenlijk al best wel veel, als er aanleiding is om iemand op te pakken. De vraag is meer: willen ze dat ook?” Hoe opsporingsdiensten hun eigen taakuitoefening en morele grenzen zien, blijft belangrijker dan de wettelijke vangrails, meent Kox. “Onder politiemensen hoor je ook: ik ben agent geworden om de straat veiliger te maken, niet om mensen zonder verblijfsrecht te vangen.”

Asielnoodmaatregelenwet

Dat de prioriteiten kunnen veranderen, bleek de afgelopen twee jaar. Het afzwaaiende kabinet-Schoof wilde het ‘strengste asielbeleid ooit’ en kwam daarom met de Asielnoodmaatregelenwet. De Tweede Kamer nam deze aan, inclusief een amendement dat illegaal in Nederland verblijven op zichzelf strafbaar stelt. Als begin maart ook de Eerste Kamer akkoord is, zal het kabinet-Jetten die wetten ‘onverkort uitvoeren’, zo stond in het coalitieakkoord. Wat gaat dit betekenen voor het opsporings- en uitzettingsbeleid in Nederland? 

Juridisch verandert er volgens Kox weinig: “Alles wat daarmee gaat kunnen, kan nu ook al.” Cleton vermoedt dat het ook in de praktijk niet veel zal uitmaken. “Je gaat tegen dezelfde dingen aanlopen als waar het hele strafrechtsysteem al jaren mee zit, zoals het cellentekort. En ga er maar eens aanstaan: ongedocumenteerden opsporen, zonder etnisch te profileren. Dat kan bijna niet.” Daarbij is uit andere landen gebleken dat strafbaarstelling geen afschrikwekkend effect heeft en het terugkeer ook niet vereenvoudigd. 

Grote vraagtekens

Grootschalige klopjachten liggen dus niet in de lijn der verwachtingen. De Nationale Politie zelf zette al grote vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel en de gevolgen voor ongedocumenteerden, wat Kox beaamt: “Het veroorzaakt angst en verzwakt de rechtspositie. Hulpverlening wordt lastiger en zelfs scholen lijken verplicht te klikken dat er een kind zonder verblijfsstatus zich wil aanmelden, ook al is dat juridisch gezien niet zo.”

Het Ministerie van A&M laat in een reactie weten dat de strafbaarstelling van illegaliteit volgens hen geringe invloed zal hebben op opsporingspraktijk. “Strafrechtelijke vervolging zal pas aan de orde zijn nadat de terugkeerprocedure is doorlopen en sprake is van verwijtbare frustratie van het vertrek.” Daarbij gaat het volgens het ministerie om ‘100 tot 300 zaken per jaar’. 

Eindredactie door Wouter Geerts

Steun Red Pers

Je las dit artikel gratis, maar dat betekent niet dat het Red Pers niets heeft gekost. Wij bieden jonge, aspirerende journalisten een podium én begeleiding. Dat kunnen we nog beter met jouw steun. Die steun komt met twee voor de prijs van één, want onze sponsor matcht jouw donatie. Geef jij ons vijf euro? Dan ontvangen wij een tientje.

Over de auteur:

Lukas Snijders (2000, hij/hem) is masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden, en heeft een fascinatie voor de raakvlakken tussen geschiedenis, politiek en voetbal. Als redacteur Lokale Verhalen probeert hij ongewone verhalen te vinden en de betekenis daarvan voor de samenleving te duiden.

Lees meer van Lukas Snijders