Kritiek op het kapitalistische systeem is al zo oud als het kapitalisme zelf. Door de tijd heen heeft die kritiek verschillende vormen aangenomen. De boeken van communistische grondleggers Karl Marx en Friedrich Engels worden nog steeds gelezen, maar tegenwoordig is antikapitalistische content ook populair op sociale media. Mits je algoritme erop ingesteld is, vliegen hashtags als #EatTheRich, #CapitalismSucks en #ClassConsciousness je om de oren. Het antikapitalistische gedachtegoed is daarmee ook toegankelijk voor jongeren die Das Kapital liever links laten liggen.
Noem dan eens een voorbeeld van een samenleving waarin socialisme werkte, vragen tegenstanders vaak aan antikapitalisten. Aan mijn opa en oma hoef je die vraag geen twee keer te stellen. Zij groeiden op in Macedonië, een van de zes deelstaten van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië, en wonen in Volkovo (een dorp vlakbij Skopje). Volgens hen was ‘alles beter’ onder het socialistische bewind van president Tito.
| Joegoslavië is een voormalig land dat bestond uit zes deelrepublieken: Slovenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië, Montenegro en Macedonië. |
Mijn opa, Tomislav, werd geboren in 1940 in Dolno Vranovci. Zijn ouders werkten op het land en hij was de eerste in zijn familie die naar school ging. Mijn oma, Rodna, werd geboren in 1944 in Kumarino, een klein dorpje in centraal Macedonië. Ook zij groeide op in een arbeidersfamilie. “We hadden het niet heel breed, maar we leefden ook niet in armoede. We hadden geen honger,” vertelt ze.


Broederschap en eenheid
Vlak na de geboorte van mijn oma versloeg het communistische partizanenleger de nazi’s. Dat leger werd geleid door Josip Broz, bijgenaamd Tito. Na de overwinning werd hij de leider van de nieuwe Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Het moest een federatie worden waarin alle verschillende bevolkingsgroepen gelijk waren. Als ik mijn opa naar zijn jeugd vraag, begint hij al snel over de Pioniers, de jeugdbeweging waar ieder kind in Joegoslavië lid van was. “De pioniersgroet was als volgt.” Hij staat op en houdt met een grote glimlach zijn hand bij zijn hoofd. “Voor het vaderland, met Tito, voorwaarts! En dan riep iedereen ‘Voorwaarts!’.” Voor jongeren ouder dan vijftien jaar waren er jeugdwerkacties: vrijwilligersprojecten waar jongeren meewerkten aan de wederopbouw van het land via grote bouwprojecten. Het was één van de manieren waarop Tito socialistische idealen als broederschap, eenheid en gemeenschap wist te verankeren in de maatschappij. Tomislav: “In Joegoslavië werden alle volkeren erkend: Macedoniërs, Serviërs, Kroaten, Bosniakken, Roma, Slovenen, Montenegrijnen, Albanezen, Turken… iedereen. We leefden in ‘broederschap en eenheid’. Dat was Tito’s slogan.”

Wanneer deze idealen echter niet werden gerespecteerd, trad Tito hardhandig op. Wie er nationalistische ideeën op nahield of politieke weerstand bood, werd naar Goli Otok gestuurd. Dit eiland diende als gevangenis en martelkamp voor zijn politieke tegenstanders. Desondanks was Tito, zowel binnen als buiten Joegoslavië, een geliefde leider. Hij bracht regelmatig officiële bezoeken aan de verschillende deelrepublieken. Mijn opa herinnert zich het bezoek dat hij aan Macedonië bracht. “Het was massaal. De straten stonden vol met mensen die de slogan ‘Tito! Partij! Jeugd! Actie!’ scandeerden.”
Ook mijn opa en oma zien hem als de leider die ervoor zorgde dat ‘de gewone man’ een goed leven kon leiden. Joegoslavië kende een vorm van marktsocialisme. Bedrijven werden beheerd door arbeidersraden, waardoor werknemers relatief veel inspraak hadden. Gezondheidszorg en onderwijs waren gratis en de arbeidsparticipatie was hoog. Rodna: “Het leven was goed. Er was werk voor iedereen. We voelden ons vrij en veilig. Je hoefde je deur niet op slot te doen. De zomers brachten we door met vrienden in het park. Het maakte niet uit waar je vandaan kwam. Broederschap en eenheid, dat was het inderdaad.”
Tito overleed op 4 mei 1980. Zijn dood zorgde voor een schok onder de Joegoslavische bevolking. Het nieuws van zijn overlijden werd bekend tijdens de voetbalderby tussen Hajduk Split en Rode Ster Belgrado. De wedstrijd werd onmiddellijk stilgelegd en veranderde spontaan in een gemeenschappelijk moment van rouw. Spelers troostten elkaar en samen met de fans zongen ze “Druže Tito, mi te se kunemo” (‘Kameraad Tito, wij zweren u trouw’).
Bergafwaarts
Na de dood van Tito kwam er al snel desintegratie van de Joegoslavische staat. Nationalistische ideologieën vonden hun weg naar de oppervlakte. Etniciteit en religie werden bepalende persoonlijke eigenschappen en bevolkingsgroepen werden hierdoor tegen elkaar opgezet. Uiteindelijk zorgde dit ervoor dat verschillende deelrepublieken zich onafhankelijk verklaarden, waarna er in de jaren negentig verwoestende etnische oorlogen uitbraken.
Met het uiteenvallen van Joegoslavië was er weinig over van de ‘broederschap en eenheid’ waar mijn opa en oma zo naar terugverlangen. Dit verlangen naar Joegoslavië, dat zij en veel van hun generatiegenoten ervaren en dat ook wel ‘joegonostalgie’ wordt genoemd, wordt soms afgedaan als een louter emotionele reactie. Het zou gaan om een generatie die gewoon terugverlangt naar haar jeugd en daardoor een geromantiseerd beeld van Joegoslavië heeft.
Voor veel jongeren in de regio en in de diaspora is Joegoslavië als een grootouder die stierf voordat zij hem of haar leerden kennen
Maar na het uiteenvallen van Joegoslavië ervoeren veel mensen niet alleen gevoelsmatige, maar ook materiële gevolgen. Er ontstond een nieuwe economische realiteit, gekenmerkt door hoge inflatie en werkloosheid. Ook verdwenen veel voorzieningen die voorheen door de overheid werden gegarandeerd. Rodna: “Er zijn nu mensen die niet eens geld hebben voor eten of om naar de dokter te gaan. Vroeger was er goede gezondheidszorg voor iedereen. Nu zijn er enorm lange wachttijden en je komt alleen eerder aan de beurt als je betaalt.” Tomislav: “Wij leerden op de middelbare school dat het kapitalisme in West-Europa een systeem gebaseerd op uitbuiting was. Na de val van Joegoslavië voelden we dat zelf ook. Er is nu geen middenklasse meer. Het systeem werkt voor een klein groepje mensen, voor de rijken. De rest heeft het moeilijk.”
Een nieuwe vorm van joegonostalgie
Het is niet alleen de generatie van mijn grootouders die ‘joegonostalgisch’ is. Peilingen uit 2016 lieten zien dat vooral mensen die Joegoslavië bewust meemaakten, er positief op terugkijken. Maar tegenwoordig leeft dit gevoel ook onder jongeren die na de val van Joegoslavië zijn geboren. Yugopnik (youtuber, podcastmaker en zelfbenoemd ‘Balkansocialist’) voorspelde in 2023 dat het joegonostalgische gevoel een comeback zou maken. Begin jaren 1990 werden er namelijk actieve pogingen gedaan om het socialisme uit Joegoslavië in een negatief daglicht te zetten door de verschillende ex-Joegoslavische staten. Jongere generaties groeien niet meer op met deze ‘anti-Joegoslavische propaganda’, en tonen weer meer interesse in linkse ideeën. Daardoor zou een nieuwe vorm van joegonostalgie kunnen ontstaan, één die gebaseerd is op klassenbewustzijn, internationale solidariteit en afwijzing van het huidige kapitalistische systeem.
Die trend is vandaag de dag zichtbaar op sociale media. Instagramaccounts als yugoslavia, yugo.nostalgia en yugo.wave, die foto’s uit het voormalige Joegoslavië delen, hebben inmiddels tienduizenden volgers. Ook op TikTok gaan compilaties van zulke foto’s viraal, net als muziek van Joegoslavische bands. Voor veel jongeren in de regio en in de diaspora is Joegoslavië als een grootouder die stierf voordat zij hem of haar leerden kennen. Opgegroeid met de verhalen verlangen zij naar een samenleving waarin gelijkheid centraal staat en mensen met verschillende etnische achtergronden vreedzaam samenleven.
Onder diezelfde generatie groeit de kritiek op het huidige economische systeem. Video’s leggen de extreme concentratie van rijkdom bloot, bekritiseren bedrijven die mensenrechten schenden en ecosystemen vernietigen, en ‘exposen’ CEO’s die steeds meer economische en politieke macht naar zich toetrekken. Zij vragen zich af: is een systeem waarin de twaalf rijkste miljardairs meer bezitten dan de armste vijftig procent van de wereldbevolking; waarin kinderen in Congo in kobaltmijnen werken — en soms sterven — zodat bedrijven als Apple en Tesla recordwinsten kunnen boeken; en waarin het normaal is geworden dat mensen geen dak boven hun hoofd kunnen betalen, werkelijk zo’n goed systeem? In die online ruimte wordt joegonostalgie daarmee meer dan een sentimentele terugblik: het is een referentiepunt om het heden te bevragen.
Op dat snijvlak van antikapitalisme en joegonostalgie ontmoeten mijn generatie en die van mijn opa en oma elkaar. Niet in een verlangen om het verleden te herhalen, maar in de zoektocht naar alternatieven voor een systeem dat gebouwd is op ongelijkheid, verdeeldheid en uitbuiting.
Eindredactie door Tessa van den Heuvel