Wie in de winter van 2009 wilde meepraten over meterslange blauwe aliens, moest zo snel mogelijk een 3D-bril opzetten om ondergedompeld te worden in de wereld van Pandora. Avatar werd een wereldwijd fenomeen en leek met zijn succesvolle gebruik van 3D een nieuwe richting te geven aan de toekomst van cinema. Vijftien jaar later draait opnieuw een Avatar-film in de bioscoop en staat de film al wekenlang bovenaan de bezoekerslijsten. Toch is 3D niet uitgegroeid tot de revolutie die het leek te beloven. Wat is er gebeurd?
Volgens Daan Bos, analist bij brancheorganisatie NVPI, stond Avatar: Fire and Ash medio februari acht weken bovenaan de Nederlandse box office. Hoewel de film in 2025 slechts twee weken binnen het meetmoment van de jaarranglijst viel, eindigde hij alsnog in de top tien. Het publiek blijkt dus nog altijd bereid te betalen voor een bioscoopervaring die verder gaat dan een standaardvertoning. Tegelijk heeft 3D zijn glans als onbetwiste innovatie verloren. De techniek wordt steeds vaker geassocieerd met commercie en spektakel en minder met artistieke vernieuwing.
Avatar was het bewijs dat de bioscoop iets kon bieden dat thuis moeilijk te evenaren viel
Filmcriticus Hugo Emmerzael plaatst het enthousiasme voor 3D in 2009 in de context van een langere filmgeschiedenis. Studio’s en filmmakers proberen al decennialang om kijkers met immersieve effecten dieper in een filmwereld te trekken. De eerste grote 3D-golf diende zich dan al aan in de jaren vijftig, op een belangrijk moment voor cinema, toen de televisie zijn entree maakte in de huiskamer. De 3D-golf van de jaren vijftig lukte het om publiek naar bioscopen te trekken voor een visuele ervaring die thuis niet mogelijk was.
Rond 2009 voltrok zich een vergelijkbare beweging. Bioscopen konden qua techniek overstappen van 35 mm-celluloid naar digitale projectie, waardoor het mogelijk werd om 3D-films te vertonen zoals we die nu kennen. Terwijl de thuiservaring steeds aantrekkelijker werd, fungeerde het succes van Avatar als bewijs dat de bioscoop iets kon bieden dat thuis moeilijk te evenaren viel. “Het liet zien dat 3D een middel kan zijn om complete werelden op te bouwen,” zegt Emmerzael.
Wanneer 3D een trucje wordt
Maar het succes van Avatar zorgde er ook voor dat 3D steeds vaker als effect werd ingezet, in plaats van als vertelvorm. Waar James Cameron het effect vanaf het begin integreerde in de productie van Avatar en een hele wereld om de techniek heen bouwde, zagen andere studio’s in het 3D-label vooral een succesformule. In de jaren na Avatar werden regelmatig films die in 2D waren opgenomen achteraf geconverteerd en in 3D uitgebracht, zodat ook die versie in de bioscoop kon draaien.
Volgens Emmerzael leidde dat tot een tegenreactie: “Als 3D niet vanaf het begin wordt meegenomen in hoe een film is gemaakt, voelt het al snel als een kunstmatige laag. Dan voegt het weinig toe en kan het zelfs afleiden.” Wat begon als innovatie werd in veel gevallen een marketinginstrument. De hogere ticketprijs versterkte dat beeld. 3D werd steeds sterker geassocieerd met grootschalige blockbusters en commerciële strategieën en minder met creatieve verrijking.
De vraag naar film als belevenis is niet verdwenen, maar verschoven
Die reputatieverschuiving is zichtbaar in de manier waarop critici naar 3D kijken. Emmerzael, die zelf meestemt voor de Golden Globes, wijst erop dat 3D-films zelden een prominente rol spelen in de belangrijkste prijsdiscussies. Juist bij de Oscars en Golden Globes draait het om films die als persoonlijk, diepgravend en artistiek worden beschouwd. Bij makers die zich op dat deel van de filmwereld richten, komt het nauwelijks voor dat zij een film in 3D maken.
Ook bij een deel van het publiek zorgde 3D als verkooptruc voor verzadiging. Volgens Emmerzael is het voor bioscoopbezoekers niet moeilijk om zulke strategieën te doorzien. Hij verbindt dat aan een bredere kritiek op een filmlandschap dat steeds meer franchises en live-actionremakes komt: films die wel publiek trekken, maar ook budget en aandacht weghalen bij nieuwe verhalen en ideeën. Die onvrede is volgens hem terug te zien in het dalende marktaandeel van commerciële filmtheaters wereldwijd, terwijl arthouse bioscopen in Nederland juist groeien.

Tegelijk laat die ontwikkeling niet het hele verhaal zien. Uit de cijfers over 2025 blijkt dat er niet alleen een publiek is dat de bioscoop opzoekt voor een 3D-ervaring, maar dat het aandeel zelfs groeit. Mensen hebben daar bovendien meer geld voor over. De vraag naar film als belevenis is dus niet verdwenen, maar is verschoven naar een breder landschap van premium formats, zoals 4D en IMAX.
De toekomst van 3D
Hoewel 3D vaak wordt weggezet als iets uit de commerciële hoek van het filmlandschap, wijst Emmerzael op de creatieve potentie ervan. Films als Life of Pi en Gravity laten volgens hem zien dat 3D meer kan zijn dan een spektakeleffect: “In die films versterkte het de ruimtelijke beleving en droeg het bij aan de vertelvorm.’’
Daarnaast wordt 3D ook verkend in experimentele en low-budgetproducties, waar filmmakers spelen met ruimte, abstractie en perceptie. Daar ligt volgens Emmerzael nog onontgonnen potentieel. Hoewel een vierde Avatar-film volgens regisseur James Cameron ‘zeer waarschijnlijk’ zal verschijnen en vermoedelijk opnieuw veel publiek zal trekken, richt Emmerzael zijn blik voor de toekomst van 3D juist op die creatievere contreien van de filmwereld. Juist die producties laten zien hoeveel onontdekt terrein er nog in 3D schuilt en hoeveel het ons nog te bieden heeft.
Eindredactie door Evi Verleije