Recordhitte, droogtes en steeds kortere regenseizoenen; de vraag naar zoetwater staat door klimaatverandering onder druk. Tegelijkertijd groeit de wereldbevolking en is er meer water nodig voor industrie, landbouw en energie. Dit resulteert in een schaarste die mogelijk leidt tot conflict over waterbronnen, zeker omdat rivieren geen rekening houden met landsgrenzen. Zodra een land stroomopwaarts een dam gaat bouwen, heeft dat grote gevolgen voor de zoetwatervoorziening van landen stroomafwaarts. Hetzelfde geldt voor vervuiling: als Duitsland ongezuiverd industrieel afval in de Rijn loost, krijgen wij in Nederland gezondheidsproblemen.
Korrel zout
Volgens de Pacific Institute staat het aantal water-gerelateerde geweldsincidenten op dit moment op 2750. In de oorlog tussen Oekraïne en Rusland vond zestien procent van dit geweld plaats, in de oorlog tussen Israël en Palestina twaalf procent. Een duidelijk voorbeeld van zo’n conflict vond plaats in 2023, tussen Iran en Afghanistan. Iran beschuldigde Afghanistan van het beperken van de toestroom van water naar Iraans grondgebied. Dit leidde tot gewapende incidenten aan de grens, met dodelijke slachtoffers aan beide kanten.
Susanne Schmeier, hoogleraar waterdiplomatie aan het IHE Delft Institute for Water Education, vindt dat de cijfers van de denktank met een korrel zout genomen moeten worden. “Het Pacific Institute definieert niet duidelijk wat precies een waterconflict is. Als waterinfrastructuur in een oorlog als collateral damage beschadigd raakt, kan je dat niet meerekenen als een waterconflict. Gooi je dat allemaal op één hoop, dan krijg je vanzelf meer incidenten.”
Fysiek conflict over water is eerder uitzondering dan regel
Fysiek conflict over water is eerder uitzondering dan regel, stelt Schmeier. “Wat landen op het spel zetten aan economische en diplomatieke relaties is vaak te groot om een conflict te laten escaleren.” Een goed voorbeeld is de Grand Renaissance Dam (GERD) in Ethiopië. Door deze dam stroomt er minder water van de Nijl naar Egypte, wat grote gevolgen heeft voor de toekomst van de landbouw en drinkwatervoorziening in het land. De spanningen lopen de afgelopen jaren hoog op en de Egyptische president Abdel Fatah al-Sisi dreigt zelfs met het opblazen van de dam. Ondanks deze spanningen blijft fysiek geweld uit en blijft het bij dreigingen. “Er is een conflict, maar dat is niet hetzelfde als oorlog,” aldus Schmeier.
Water als oorlogswapen
Water leidt dus zelden tot klassieke oorlogen tussen staten. Wat wel toeneemt, volgens het Pacific Institute, is het gebruik van water en waterinfrastructuur als politiek en militair wapen binnen bestaande conflicten. Denk hierbij aan het vernietigen van dammen, belangrijke waterinfrastructuur, of het vervuilen van drinkwaterbronnen. Israël heeft waterbronnen en waterinfrastructuur doelbewust geraakt om de bevolking in Gaza te verzwakken.
Het gebruik van water in een oorlog is geen nieuw fenomeen: al duizenden jaren is het vernietigen van vitale infrastructuur een strategisch middel. Tijdens het Beleg van Tyrus (332 v.Chr.) liet Alexander de Grote een dam bouwen om de eilandstad te bereiken en de watervoorziening af te snijden. Dit laat zien dat het gebruik van water als strategisch middel zo oud is als oorlog zelf.
Het aanvallen van civiele waterinstallaties is verboden onder het internationaal humanitair recht. In de praktijk is het moeilijk om overtredingen te bewijzen; werd water doelbewust als wapen ingezet of ging het om nevenschade? Die discussie speelt ook rond de vernietiging van de Kachovka-dam in Oekraïne in 2023. Hoewel veel experts wijzen naar Rusland, is nog niet definitief vastgesteld of de dam een bewust doelwit was.
Het succesverhaal van waterdiplomatie
In tegenstelling tot de verwachting van Kofi Annan en de cijfertrend van het Pacific Institute, leidt waterschaarste tot nu toe vooral tot samenwerking en niet tot oorlog. Volgens Schmeier is de Mekong-regio een mooi voorbeeld van succesvolle waterdiplomatie in grensoverschrijdend waterbeheer. Laos heeft verschillende damprojecten geïnitieerd, maar overlegt daarvoor regelmatig met de Mekong River Comission, bestaande uit Laos, Thailand, Cambodja en Vietnam. “De zorgen van de benedenstroomse landen zijn vergelijkbaar met die van de landen rond de Nijl: zij vrezen voor minder water, ecologische schade en grotere afhankelijkheid. Door de MRC bestaat er een platform waar deze landen samenkomen, zodat damontwerpen aangepast kunnen worden om escalatie te voorkomen.”
De voorspelling dat oorlogen in de 21e eeuw om water draaien, is vooralsnog geen werkelijkheid geworden. Waterbronnen zijn van essentieel belang voor energie, voedselvoorziening en handel waardoor staten iedere vorm van escalatie proberen te voorkomen. Succesvolle waterdiplomatie laat zien dat echte samenwerking mogelijk is. Een positieve trend, zolang water gezien wordt als een gedeelde verantwoordelijkheid.
Eindredactie door Eke Dros