De zaak van de uit Sri Lanka geadopteerde Dilani Butink werd begin december voor de derde keer behandeld in de rechtszaal. Zij stelt dat bij haar adoptie onzorgvuldig is gehandeld door de Nederlandse staat en en bemiddelaar Stichting Kind en Toekomst tijdens het adoptietraject haar zoektocht naar haar biologische ouders onmogelijk heeft gemaakt. Daarmee worden volgens Butink haar fundamentele rechten geschonden. Eerder werd haar rechtszaak in het gerechtshof van Den Haag geseponeerd na een beroep op verjaring door de staat en Stichting. Na succesvol hoger beroep van Butink en daaropvolgende cassatie door de staat, oordeelde de Hoge Raad dat de zaak opnieuw moest worden behandeld.
Erkenning
Die ochtend staat de derde etage van het Gerechtshof in Amsterdam vol met een groep mensen die zo een dwarsdoorsnede van de samenleving zou kunnen vertegenwoordigen. Het is een kleurrijke verzameling van verschillende genders, leeftijden en etniciteiten, die staat te wachten voor de deur van een rechtszaal. De bode roept boven het geroezemoes om dat er een zitting in een zaal verderop gaat beginnen. Er valt een korte stilte onder de wachtenden, maar niemand komt in beweging.
Een paar minuten later klinkt de stem van de bode opnieuw: “De zaak Dilani Butink tegen de Nederlandse staat en Stichting Kind en Toekomst.” Dit keer komt de menigte wél in beweging. Jassen en tassen worden haastig bijeengeraapt en de menigte wurmt zich de rechtszaal in waar de zitting plaatsvindt. De banken in de zaal vullen zich al snel en het lijkt niet te gaan passen; de voorzitter wijst gelukkig op de publieke tribune boven waar nog wel plek is. Zodra iedereen zit valt de zaal stil.
‘Ik zit hier als volwassene zonder enige duidelijkheid over wie ik ben en waar ik vandaan kom’
De voorzitter legt eerst het verloop van de zitting uit, waarna zij het woord aan Butink geeft. Ze legt in haar opening in één zin uit hoe de gebreken in haar dossier en de onduidelijkheid omtrent haar adoptie een permanente impact zullen hebben op haar ontwikkeling als individu: “Ik zit hier als volwassene zonder enige duidelijkheid over wie ik ben en waar ik vandaan kom.” Na het uitspreken van deze woorden weerklinkt in de zaal het geluid van pakjes zakdoeken die worden opengetrokken.
Dat er veel emoties vrijkomen onder het publiek is niet verbazend. Het merendeel bestaat uit andere geadopteerden, zowel uit Sri Lanka, net als Butink, maar ook uit andere uithoeken van de wereld. Zij komen om steun te uiten voor Butink, die voor velen van hen een persoonlijk verhaal en doel vertegenwoordigt. Zowel door Butink als in de openingsnota van haar advocaat Dr. Lisa-Marie Komp, wordt de kern van de zaak in één woord gevat: erkenning. Erkenning dat ondanks de goede bedoelingen van adoptie, de impact ervan niet altijd rooskleurig is.
Herkenning
De zaak van Butink past binnen een algehele verschuiving in de kijk op interlandelijke adopties. Recente rapporten en nieuwsgeving, zoals die van de commissie-Joustra uit 2021 en het onderzoek van Zembla, over structurele misstanden bij adopties uit het buitenland, hebben ervoor gezorgd dat de roze bril waarmee voorheen naar interlandelijke adoptie werd gekeken, permanent af is gezet.
In de rapporten wordt er gesproken van kinderdiefstal, kinderhandel en vervalste documenten en dat ondanks signalen hierover, betrokken organisaties en de overheid structureel hebben weggekeken. Generaties geadopteerden, de meesten inmiddels volwassen, werden plots geconfronteerd met het feit dat hun levensverhaal mogelijk berust op een fabricatie en leugens. Butink’s zoektocht naar wie zij is, onmogelijk gemaakt door de fouten en gebreken in haar dossier, is een verlangen en pijnpunt dat gedeeld wordt door vele aanwezigen in de zaal. Wanneer de bestuursvoorzitter van Stichting Kind en Toekomst, Bertie Heeg-Treur, als tweede het woord krijgt en zegt Butink’s pijn te begrijpen, klinkt op de publieke tribune: “Nee dat begrijp je niet, jij weet wél wie je bent!”
‘Ik blijf mijn hele leven geadopteerd zonder precies te weten hoe dat is gegaan’
Dit is niet de enige reactie die vanuit het publiek komt. De publieke tribune bevindt zich achter geluidswerend glas, waardoor de aanwezigen zonder de zitting te verstoren hardop hun verdriet en woede jegens de staat en de Stichting kunnen uiten. In de zaal blijft het echter ook niet stil en op een gegeven moment grijpt de voorzitter zelfs in. Ze laat weten te begrijpen dat deze zaak veel emoties losmaakt, maar verzoekt het publiek desondanks stil te zijn.
Strijdbaar
Na ruim vijf uur komt de zitting tot een einde, maar duidelijkheid laat nog op zich wachten: de uitspraak wordt pas in februari 2026 verwacht. Voor Butink betekent dat een voortzetting van een juridische strijd die al zeven jaar duurt. “Er zit geen einddatum voor mij aan dit proces. We zijn nu zeven jaar bezig en ik ben moe, maar nog niet klaar. Ik blijf mijn hele leven geadopteerd zonder precies te weten hoe dat is gegaan.”
Tijdens de zitting werd duidelijk dat Butink, ondanks de onzekerheid over haar identiteit, strijdbaar is. Haar inzet verenigde die woensdagochtend een groep mensen en maakte zichtbaar dat het gevoel van gemis breed wordt gedeeld. Ze bood andere geadopteerden herkenning. Of dit uiteindelijk ook leidt tot erkenning, moet nog blijken.
Eindredactie door Maria van Riel