Het is 14 januari 1930. Mijn Pools-Duitse oma wordt geboren als Elisabeth Sowa in Silezië. Ze verhuist naar Berlijn, waar ze – zoals velen in die tijd – onderdeel wordt van de meisjesvariant van de Hitlerjugend. Voor haar is daar niets mis mee: ze zingen, knutselen en spelen. “Het was hartstikke gezellig,” zou ze mij later vertellen. “We hadden toen geen idee wat voor gruwelijks zich in de buitenwereld zou afspelen.”
In die buitenwereld lijkt er voor vele anderen in Europa nog weinig aan de hand. De Eerste Wereldoorlog, die dan nog de Grote Oorlog heet, is al ruim tien jaar voorbij. Door de groeiende onvrede komen desondanks de hoofdrolspelers van de Tweede Wereldoorlog op. Daaronder ook Hitler, met een campagne gericht op de armen: “De communisten en joden zijn de oorzaak van al jullie problemen. Willen jullie minder communisten en joden? Dan gaan we dat regelen!” Klinkt bekend?
Dan barst deze haatdragende campagne uit in geweld, onder andere met de Kristallnacht en later de daadwerkelijke oorlog. Mijn oma krijgt daar weinig van mee. Haar negatieve ervaringen komen pas tegen het einde van de oorlog. Als tiener moet ze onderduiken. Eerst voor het oorlogsgeweld en daarna voor de wraakzuchtige Russen. Daarover vraag ik me toch af: welk aandeel kan mijn oma, dan maar 15 jaar oud, in het naziregime hebben gehad?
Het laat zien dat het onderscheid tussen ‘goed’ en ‘fout’ niet altijd even makkelijk is. Veel Duitsers betalen na de oorlog een collectieve prijs voor de daden van hun landgenoten. Mijn moeder, die later naar Amsterdam verhuist, ondervindt decennialang aan den lijve wat ‘mof’ zijn in Nederland betekent. Zo worden haar autoruiten ingeslagen en alle vier de wielen gestolen vanwege haar Duitse kenteken, en stelt een collega dat mijn moeder op 5 mei geen vrij zou mogen krijgen. Ondanks dat bouwt zij in Nederland iets moois op, dankzij de mogelijkheden die Europa biedt.
Ook mijn vaders gezin profiteert van die mogelijkheden, al is dat wel na groot leed. Zijn vader, mijn opa, is van joodse afkomst. Hij zit tijdens de oorlog gevangen in een Japans interneringskamp. Na terugkomst komt hij erachter dat tientallen familieleden zijn afgevoerd en vermoord door de nazi’s. Later doet hij zijn opleiding tot longarts in Zwitserland, waar mijn vader wordt geboren. Daarna verhuizen ze terug naar Nederland.
Terug naar de jaren ’30?
Ik ben een product van de Europese eenwording. De verhalen van mijn oma en ouders maken veel indruk op mij. Ze leren mij dat je mensen moet aanspreken op hun eigen daden en niet op de groep waar zij toe behoren. Dat geldt voor iedereen, wat anderen in hun groep ook hebben misdaan.
Precies dat dreigt nu opnieuw mis te gaan in Europa. Radicaal-rechtse populisten gaan aan kop in de peilingen van de drie grootste economieën: Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Zij doen dit weliswaar nog via de democratische weg, maar met een agenda die herinnert aan de jaren dertig: ze sluiten minderheden categorisch uit en perken hun rechten in, terwijl ze ‘het eigen volk’ betere tijden beloven.
Veel Europeanen hebben, terecht of onterecht, grote zorgen over hun toekomst
Tegelijkertijd geldt: niet iedereen die met deze agenda sympathiseert is per definitie ‘fout’. Veel Europeanen hebben, terecht of onterecht, grote zorgen over hun toekomst. Bovendien voelen ze zich vaak niet vertegenwoordigd. Dat roept een gevoel van machteloosheid op en leidt tot radicale keuzes waarvan ze de gevolgen niet kunnen overzien. Velen zoeken slechts naar erkenning van hun bestaan en zorgen. Zij verdienen geen afrekening, maar betere vertegenwoordiging.
Hoewel de geschiedenis zich nooit precies herhaalt, zijn de parallellen niet te ontkennen. Bepaalde politici dreigen aan de macht te komen met fascistische ideeën, zoals Bardella in Frankrijk en Farage in het Verenigd Koninkrijk. Anderen staan zelfs al in het centrum van de macht om daadwerkelijk beleid te introduceren dat de rechten van minderheden inperkt, zoals Meloni dat doet met de queer-gemeenschap van Italië.
Europa staat opnieuw op een keerpunt. De democratie dreigt van binnenuit omver te worden geworpen, maar het is nog niet te laat. De winst van democraat Magyar tegenover dictator Orbán in Hongarije toont veerkracht. Dat biedt hoop voor een toekomst waarin Europa streeft naar onderlinge verbinding. Zeker nu ondemocratische grootmachten Europa van buitenaf uit elkaar proberen te spelen. De enige manier om dat te weerstaan is niet minder, maar meer samenwerking.
Daarbij moeten onze kernwaarden centraal staan: vrijheid, gelijkheid en de rechtsstaat. Zodat we ons binnen Europa vrij kunnen blijven bewegen, onze verschillen als gelijken vieren en minderheden beschermen tegen onrecht.
Het is aan jongeren, de toekomst van Europa, om daar actief aan te werken. Door met elkaar in verbinding te blijven. Door elkaar aan te spreken op onze daden en niet op onze afkomst of de groep waar we toe behoren. En door vertrouwen te hebben in elkaar en onze toekomst.
Over vier jaar wordt mijn oma honderd jaar oud. Wij wonen dan allebei nog in een verenigd Europa, waarin democratie, vrede en mensenrechten fier overeind staan. Opdat de geschiedenis zich niet herhaalt.
Eindredactie door Evi Verleije