maandag 30 maart, 2026
De stem van de nieuwe generatie

Buiten beeld: thuiszitters tussen onderwijs en jeugdhulp

Beeld: Via Pixabay
Binnenland

Hoe kan het dat kinderen in een land met leerplicht toch maanden thuis komen te zitten? In Den Haag nemen de signalen over langdurig schoolverzuim toe. Red Pers spreekt met Coby van der Kooi, jeugdombudsman van Den Haag en Leidschendam-Voorburg, over deze 'thuiszitters'.

Door: Rasheed Jamaloodin
Leestijd: 6 min

Wie zijn de ‘thuiszitters’ waar u het over heeft? Is dat één duidelijke groep?

“Thuiszitters zijn leerplichtige kinderen die geen onderwijs volgen. Het kan gaan om kinderen die wel op een school staan ingeschreven, maar langdurig afwezig zijn, of om kinderen voor wie nog geen passende onderwijsplek is gevonden en die daardoor thuiszitten zonder onderwijs of andere dagbesteding,” vertelt de jeugdombudsman.

“Er zit een groep bij die langdurig verzuimt, maar er zijn ook kinderen die om andere redenen niet naar school kunnen. Bijvoorbeeld omdat zij extra ondersteuning nodig hebben of omdat er problematiek speelt.”

Opvallend is dat het niet alleen om tieners gaat. In haar signalen ziet Van der Kooi vooral ook jonge kinderen terug. Kinderen van twee tot tien jaar die niet mee kunnen komen in de reguliere kinderopvang of op school en thuis komen te zitten zonder alternatief.

“Als een kind al op zo’n jonge leeftijd niet naar de kinderopvang of school kan, kan dit gevolgen hebben voor hun ontwikkeling, en daar kunnen ze ook later nog de negatieve gevolgen van ondervinden.” Voor haar staat daarbij één uitgangspunt centraal:

‘Alle kinderen in Den Haag en Leidschendam-Voorburg zijn eigenlijk mijn kinderen’

Veel situaties spelen zich af op het snijvlak van onderwijs en jeugdhulp. Hoe kan het dat juist daar kinderen vastlopen?

Volgens Van der Kooi ligt het probleem zelden bij één partij. “Het gaat niet alleen om kinderen die thuis zitten, maar vooral om waarom het zo moeilijk is dat te doorbreken.”

In veel gevallen ziet ze dat het vastloopt op de samenloop tussen onderwijs en jeugdhulp. Wanneer een kind extra ondersteuning nodig heeft, ontstaat er discussie over wat eerst moet gebeuren: moet eerst jeugdhulp worden ingezet of kan onderwijs alvast starten?

Maar juist daar ontstaan wachttijden. Ouders melden zich bij jeugdhulp en komen op een lijst terecht. “Dan krijg je het kip-en-ei-verhaal: zolang er geen jeugdhulp is, kan het kind niet naar school. Maar het duurt heel lang voordat de jeugdhulp geregeld is. Het recht op onderwijs en het recht op zorg moeten allebei geborgd zijn.”

Coby van der Kooi, jeugdombudsman van Den Haag en Leidschendam-Voorburg.

“Op het moment dat jeugdhulp nodig is, hoor je soms: zorg is voorliggend. Dan wordt gezegd dat eerst jeugdhulp moet worden ingezet voordat het kind weer kan meedoen op school.”

Intussen zit het kind thuis. Wat bedoeld is als tijdelijke oplossing, kan in de praktijk maanden duren. Ze vat het kernachtig samen: “We kunnen het heel ingewikkeld maken, maar het gaat om wachtlijsten.”

Als meerdere partijen betrokken zijn, wie neemt dan de regie als het misgaat?

Hier wordt het ingewikkeld, vertelt Van der Kooi. Onderwijs heeft zijn eigen wettelijke verantwoordelijkheden, jeugdhulp valt onder gemeentelijke taken. “Als het om onderwijs gaat, ligt de regie bij het onderwijs. Als het om jeugdhulp gaat, ligt het daar. Dat is de zwart-witversie.”

Maar in de praktijk lopen die domeinen door elkaar. “Volgens mij heeft uiteindelijk niemand echt de regie. Iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid, maar juist die gezamenlijke regie ontbreekt.”

Ouders ervaren daardoor versnippering. Er zijn overleggen en gesprekken, maar het gevoel van doorzettingsmacht ontbreekt. ‘Wie zorgt dat hun kind weer naar school kan?’ is een vraag die volgens de jeugdombudsman regelmatig terugkomt.

Soms wordt een regisseur aangewezen om partijen bij elkaar te brengen. Dat kan helpen. “Ik zie dat er inzet is om het systeem te verbeteren. De urgentie wordt wel gevoeld.” Maar dat neemt de structurele knelpunten niet direct weg.

Raken sommige kinderen ook buiten beeld?

Dat risico bestaat, zegt ze. Zoals wanneer een kind formeel ziek gemeld is en nog wel ingeschreven staat op school. “Als een kind ziek gemeld is en nog ingeschreven staat – wie houdt zich dan met dat kind bezig?”

Formeel is er dan sprake van geoorloofd verzuim. Maar dat betekent niet automatisch dat er zicht is op hoe het werkelijk gaat. “Daardoor kan het buiten de radar raken. Ik hoop dat het niet zo werkt voor alle kinderen, maar het is wel een punt van zorg.”

Voor ouders kan het bovendien ingewikkeld zijn om hun weg te vinden in het systeem. “Ik vraag me af of ouders altijd goed genoeg geïnformeerd worden over de stappen die zij moeten nemen om hun kind weer in het onderwijs te krijgen.”

Wat betekent langdurig thuiszitten voor kinderen en gezinnen?

De gevolgen zijn volgens Van der Kooi groot. “Op de langere termijn lopen kinderen achter in hun ontwikkeling. Ze kunnen eenzamer worden, minder vriendjes hebben. Je hoort er niet bij, je mag niet meedoen, en dat heeft echt invloed.”

Dat raakt niet alleen het kind, maar het hele gezin. Wanneer een kind volledig thuis zit, betekent dat vaak dat een ouder minder gaat werken of stopt met studeren. “Als je geen opvang hebt, moet je thuis werken of stoppen. Voor alleenstaande ouders wordt het nog ingewikkelder.”

Ouders willen dat hun kind meedoet, maar lopen tegen regels, procedures en wachtlijsten aan. “Ouders voelen zich soms onvoldoende gesteund. Ze missen iemand die naast hen staat en helpt bij het vinden van een oplossing.”

‘Ouders voelen zich soms onvoldoende gesteund. Ze missen iemand die naast hen staat en helpt bij het vinden van een oplossing’

Wat zegt dit alles over hoe onderwijs en zorg zijn georganiseerd?

Volgens de jeugdombudsman laat het fenomeen thuiszitters zien dat regelgeving, financiering en organisatie soms leidend worden boven het belang van het kind. “Passende zorgplekken blijven soms onbenut omdat ze buiten het gecontracteerde aanbod vallen.” Dat betekent dat een plek wel geschikt kan zijn, maar niet onder de afspraken valt die gemeenten met aanbieders hebben gemaakt.

Dat betekent niet dat er niets gebeurt. “Ik zie ook dat er veel inzet is om het systeem te verbeteren. De urgentie wordt breed gevoeld.” Maar tegelijk is Van der Koois conclusie helder: “We zijn er nog lang niet. Er zitten nog te veel kinderen thuis.”

Eindredactie door Romée Pietersen

Steun Red Pers

Je las dit artikel gratis, maar dat betekent niet dat het Red Pers niets heeft gekost. Wij bieden jonge, aspirerende journalisten een podium én begeleiding. Dat kunnen we nog beter met jouw steun. Die steun komt met twee voor de prijs van één, want onze sponsor matcht jouw donatie. Geef jij ons vijf euro? Dan ontvangen wij een tientje.

Over de auteur:

Rasheed Jamaloodin (1988, hij/hem) is ondernemer in de zorg en student Bedrijfskunde aan de Haagse Hogeschool, en heeft naast een sterk gevoel voor rechtvaardigheid ook een fascinatie voor verhalen en stemmen die vaak ongehoord blijven. Als redacteur Onderwijs & Zorg probeert hij juist die stemmen te laten horen die anders niet gehoord worden.

Lees meer van Rasheed Jamaloodin