Nynke Veurink (25) woont op de rand van Bornerbroek, een dorp dat weer op de rand ligt van gemeente Almelo. Voor haar studie Toegepaste Psychologie reist ze naar Hogeschool Saxion in Deventer. Als zestienjarige raakte Veurink geïnteresseerd in de debatclub van haar middelbare school en geleidelijk aan rolde ze vanaf daar de lokale politiek in. “Ik ben niet zo heel erg goed in nee-zeggen: als ik een interessant project zie, dan doe ik daar heel graag aan mee. Ik zal straks een lijstje van mijn hobby’s geven, dan weet je wat ik bedoel,” lacht ze. Na haar eerste periode als raadslid is ze nu verkozen voor een tweede.
Hoe veranderde jouw dagelijkse leven toen je vier jaar geleden voor het eerst raadslid werd?
“In één keer moest ik met mensen gaan praten over allemaal belangrijke zaken, waarvan ik zelf eigenlijk helemaal geen verstand had, want er is geen opleiding tot politicus. Je moet dus heel goed opletten op wat er om je heen gebeurt. Je krijgt allerlei uitnodigingen, je krijgt een inwerkprogramma: drie of vier avonden was ik toen weg van huis om alles te leren en overal langs te gaan. Stadswandelingen, andere raadsleden leren kennen… Er kwam een heleboel bij, maar het bracht ook heel erg veel enthousiasme met zich mee, want er gaat eigenlijk een wereld voor je open. Alsof je opeens toegang krijgt tot een hele nieuwe kast vol informatie, waar je ook nog eens wat van mag vinden!” Veurink heeft zin in de komende raadsperiode, in het bijzonder omdat ze dit keer geen ‘nieuweling’ meer zal zijn.
Na de gemeenteraadsverkiezingen
Joes Verschure (19) begint dit jaar wél als kersvers raadslid. Met het gemeentehuis van Bunnik (Utrecht) is hij overigens al bekend, omdat hij er de afgelopen anderhalf jaar als fractieassistent rondliep. Nadat Verschure in 2023 lid was geworden van het landelijke CDA en haar jongerenorganisatie, het CDJA, kwam hij erachter dat hij naar dezelfde kerk ging als de fractievoorzitter van het lokale CDA. “Ik sprak hem een keer aan en toen mocht ik bij de fractievergadering komen kijken. Daarna ben ik eigenlijk steeds teruggekomen; ik vond het interessant.” Eenmaal als fractieassistent mocht hij het woord voeren voor zijn partij tijdens informatie- en debatsessies. Stemmen mocht hij echter niet, ‘dus ik praatte met mijn handen op de rug’. Nu is Verschure verkozen tot het jongste Bunnikse raadslid ooit.
Je werd verkozen tot raadslid. Wat gebeurt er na die woensdagavond van de verkiezingen eigenlijk?
“In mijn leven of in het politieke proces?” vraagt Verschure. “In mijn leven had ik de dag erna een tentamen,” klinkt het wat beteuterd. “Maar diezelfde donderdagavond hadden we al een vergadering over de strategie voor de onderhandelingen. Dat is iets wat gelijk begint, coalitievorming. Donderdag startte er ook een programma voor nieuwe raadsleden en vrijdag was er de ‘wasstraat’, waar een foto wordt gemaakt voor op de website en je je spullen krijgt, zoals een laptop. Daarnaast moet ik een aantal stukken lezen en ondertekenen – de gedragscode, nevenfuncties opgeven.”
Dan moeten de gekozen kandidaten hun benoeming nog accepteren. “Daarvoor kom je bij de burgemeester, griffier en twee getuigen, en zet je je handtekening onder twee blaadjes,” vertelt Veurink. Op dinsdag 31 maart vond het formele afscheid van de oude raad plaats en werden lintjes uitgedeeld aan raadsleden die langer dan twaalf jaar in de raad hebben gezeten. Afgelopen woensdag, op 1 april, zijn de nieuwe raden beëdigd.
‘Het is jammer dat de universiteit geen aandacht heeft voor jongeren in de gemeenteraad’
Het opstarten kost tijd, maar dan begint het raadswerk. Wat doe je als raadslid precies?
“Wij hebben de BOB-cyclus,” legt Veurink uit, “die bestaat uit zes weken en drie fases: Beeldvormend, Oordeelsvormend en Besluitvormend. De eerste week krijg je beeldvorming. Vaak komt er een ambtenaar of expert langs om een onderwerp uit te leggen. Je hebt van tevoren de stukken al gelezen, zodat je je vragen kunt stellen. Daarna hebben we een week niks, maar die is altijd gevuld met een informatieavond, andere raadszaken of wat er nog meer op de agenda staat. Er kan ook een hamerraad aan voorafgaan: onderwerpen die niet besproken hoeven te worden, maar gewoon afgehamerd moeten, omdat de raad het erover eens is. Daarna volgt de week Oordeelsvormend en ga je met je politieke collega’s in debat. Je bevraagt andere raadsleden naar hun mening over het onderwerp en kunt op dat moment ook wethouders vragen stellen. Hierna is er weer een week ‘niks’. In de laatste, Besluitvormende fase ga je naar de raadsvergadering. Die is eigenlijk het belangrijkste, want daar worden besluiten genomen.”
Studie, hobby’s en politiek balanceren
De twee jonge raadsleden hebben drukke levens. Verschure studeert Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht, is landelijk bestuurslid van het CDJA en doet aan boksen, hardlopen en lezen. Veurink geeft naast haar studie Zumbales bij de Basic Fit, is productieleider voor Stichting Sinterklaas Avonturen, bestuurslid bij haar muziektheatervereniging en rijdt ‘ook gewoon in een Picnic-wagentje door de stad om extra moneys te verdienen’.
Hoe past het raadswerk in zulke agenda’s?
Verschure: “Ik heb een aanwezigheidsplicht bij mijn opleiding; per vak mag je hoogstens drie keer afwezig zijn. Het raadswerk is gelukkig allemaal ingekaderd op tijdstippen waarop ook mensen die van negen tot vijf werken, aanwezig kunnen zijn. Dan heb ik ook niks van mijn studie. Waar politiek en studie wel in de knel kwamen, was bijvoorbeeld bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Ik was heel druk met campagne, maar de dag na de gemeenteraadsverkiezingen had ik dus een tentamen. Het leren daarvoor is niet helemaal gelukt. Ik vind het wel jammer dat de Universiteit Utrecht daar geen aandacht voor heeft, zeker bij een opleiding als Bestuurskunde, waarbij denk ik gehoopt en verwacht wordt dat studenten in hun vrije tijd dit soort dingen gaan doen.”
‘Het is goed te combineren en raadslid zijn is eigenlijk heel leuk’
Ook Veurink benadrukt dat de maandag- en dinsdagvergaderingen ’s avonds plaatsvinden, van half acht tot elf uur. Alles tezamen kost het raadswerk in een gemeente ter grootte van Bunnik (ruim 16.000 inwoners) volgens Verschure twaalf à vijftien uur per week. In Almelo (bijna 75.000 inwoners) is dat circa twintig uur per week – soms wat meer, soms wat minder, merkt Veurink. Haar strategie: “Het is echt plannen. Ik heb op zondag mijn vaste voorbereidingsdag. In de ochtend geef ik eerst altijd mijn Zumbales. Dan naar huis, lunchen, douchen, even een powernap houden en dan pak ik mijn laptop erbij om de stukken te lezen en me voor te bereiden op de vergadering van maandag. In die vergadering bespreek ik alles met de fractie en vormen we een gezamenlijke mening, die we dinsdag weer kunnen uitdragen naar de rest van de raad. Dat is eigenlijk wel de voorbereiding die je doet. Mocht je een motie of een amendement willen indienen op een raadsvoorstel, dan moet je lobbyen – dus mensen bellen. Maar eigenlijk vind ik het heel goed te combineren, want je hebt maar weinig vastigheid. Je kunt veel zelf indelen en inplannen.”
Nadelen zijn er ook wel eens: vakken moeten uitkiezen die met de raadsagenda stroken, her en der lessen missen en vooral de stress die er soms bij komt kijken, noemt Veurink op. Verschure noemt als nadeel dat hij minder tijd overhoudt voor vrienden en familie. Toch vinden beiden de tijdsinzet de moeite waard. Veurink: “Ik denk dat het goed is voor jongvolwassenen om te weten dat het echt goed te combineren is en dat raadslid zijn eigenlijk heel leuk is. Je krijgt zoveel kennis over je stad, je omgeving. Je leert jezelf goed te verwoorden en een goede mening te onderbouwen. Je leert stevig in je schoenen te staan. Je leert na te denken vanuit een ander in plaats van alleen maar uit jezelf. Dat kan ik ook weer gebruiken bij de andere dingen die ik doe.”
Eindredactie door Hasse Drewes